Hoe positief is positieve gedragsondersteuning?

Fotografie door Giuseppe Porzani.

Giuseppe Porzani

De nieuwste artikelen rechtstreeks in je inbox?

Hoe positief is positieve gedragsondersteuning?

Na de Triple P 1 hype is er een nieuwe speler in de positieve opvoeding: PBS 2. Beide hebben het woord positief in de naam zitten, dan moet het toch wel positief zijn?

Een jaar of wat terug kwam Triple P overgewaaid vanuit Australië. Een opvoedprogramma dat was ontwikkeld voor kinderen met gedragsproblemen (de zogeheten moeilijk opvoedbare kinderen) werd langzaamaan de standaard voor de opvoedwereld. Wereldwijd werd Triple P fanatiek aangehangen en aangeboden op zo ongeveer alle mogelijke opvoedkundige plekken. Tegenstanders van het (massaal en blind) inzetten van deze trainingen kregen van allerlei kanten te horen dat ze de inhoud niet kenden of niet begrepen hadden. Triple P zou vooral staan voor het weer fijn maken in huis, ouders handvatten geven om positiever in het ouderschap te kunnen staan.

Wat is er mis met een positieve insteek?

Het is ontzettend handig om een positieve insteek in het algemene leven te hebben. Geen vereiste, doorgaans wel handig. Een positieve insteek an sich is dus niet het probleem. Of de positiviteit authentiek is echter wel. Wat ook zeker niet onbelangrijk is, is de vraag: voor wie is het positief?

Waar bij Triple P ongewenst gedrag (van het kind) veelal genegeerd diende te worden en positief gedrag bekrachtigd (beloond), wordt ongewenst gedrag bij PBS omgegoten naar iets positiefs. Dat moet het in ieder geval lijken. Dat omgieten gebeurd bijvoorbeeld zo:

Jan kan moeilijk stilzitten in de klas. Omdat dit invloed heeft op de rest van de klas wordt er een beloningsstrategie ingezet: bij iedere dag dat het stil blijven zitten lukt, mag er een sticker geplakt worden. Zodra er tien stickers zijn verzameld mag er een kadootje uitgezocht worden.

Plan van aanpak: een spaarsysteem met het afleren van ongewenst gedrag als de beoogde uitkomst. Vervang negatieve X met positieve Y en uiteindelijk hebben we Z als resultaat. Soortgelijke insteken worden ook al langer gebruikt om slechte gewoontes af te leren, zoals bijvoorbeeld bij het stoppen met roken of in het algemeen gezonder willen leven. Dat zo’n zelfde insteek bij kinderen wordt ingezet is ergens dus ook niet vreemd. Het gaat echter aan verscheidene zaken voorbij:

  1. De achterliggende oorzaak van het gedrag. Is het hinderlijk als een kind steeds de gehele groep afleid? Absoluut. Is dat reden genoeg om de korte route te willen nemen en gelijk met gedragsmanipulatie moeten beginnen? Zeker niet. Hoewel het met het huidige onderwijsklimaat niet heel vreemd is, aangezien leraren steeds minder de mogelijkheid krijgen om echt naar het kind te kijken. Door niet gelijk te kijken naar wat het gedrag veroorzaakt en hiermee aan de slag te gaan, geven we de oorzaak een mogelijkheid om op een andere manier aan de oppervlakte te komen. Symptoombestrijding.
  2. Reflecteren, relativeren en nuanceren is voor veel volwassenen moeilijk, laat staan voor kinderen. Kritiek op gedrag wordt door kinderen als kritiek op henzelf als persoon ervaren. De afwijzing van het gedrag voelt als een afwijzing van henzelf. Een onveilig gevoel met mogelijk meer ongewenst gedrag als gevolg, wat ook weer invloed heeft op de schoolresultaten. Kinderen staan ook met dit soort situaties nog (letterlijk) in de kinderschoenen, hebben nog een wereld voor zich liggen.
  3. Het voedt een fixed mindset, faalangst ligt op de loer. Dit geldt vooral voor gevoelige (of sensitieve) kinderen. Het niet krijgen van de sticker brengt een dermate naar gevoel met zich mee dat ze zich niet alleen teleurgesteld voelen over het niet krijgen van de sticker (en dus niet dichterbij de gespaarde beloning zijn gekomen), maar ook in zichzelf. Zulke dagen hoeven niet vaak voor te komen om een actief aanwezige angst te krijgen dat het doel van de dag niet behaald wordt.
  4. Hallo materialisme en ‘voor-wat-hoort-wat’ cultuur. Op allerlei verschillende manieren wordt de huidige generatie kinderen als verwend bestempeld. Zoals eigenlijk iedere ‘oude’ generatie over de ‘nieuwe’ generatie praat. Tegelijkertijd worden dit soort aanpakken massaal ingezet. Het legt de nadruk vooral op wat er als beloning te halen valt in plaats van wat de non-materiële winst is.

Aangeleerde hulpeloosheid

Wanneer we ergens mee zitten hebben we over het algemeen liever een luisterend oor en eventueel daarna advies gebaseerd op onze situatie. Ongevraagd advies en gelijk opspringen om tot actie te komen, terwijl we nauwelijks ons verhaal hebben kunnen doen (noch erkenning van onze situatie te hebben gehad) voelen we ons niet zo fijn bij. Het gaat immers om ons leven. Wanneer iemand zich dan geroepen lijkt te voelen ons leven wel even te komen fixen geeft maar weinig mensen een fijn gevoel. We willen graag zelf controle hebben over ons leven, zelf de touwtjes in handen hebben.

Ben jij klaar om vanuit win-verlies situaties, te kijken hoe je win-win situaties kunt creëren? Om situaties met ongewenst gedrag om te draaien naar bandversterkende ervaringen? Dan is deze e-cursus iets voor jou!

Van machtsstrijd naar samenwerking

Hoewel kinderen doorgaans minder levenservaring dan volwassenen hebben, is dat gevoel van ‘de touwtjes in handen willen hebben’ eerder meer dan minder van toepassing. Er is nog zoveel dat ze moeten (willen!) leren en er is geen betere manier om dingen te leren dan iets zelf te doen. Wanneer die touwtjes steeds weer uit de handen getrokken worden, er slechts schijnverantwoordelijkheden gegeven worden – zoals gebeurt wanneer er beloningen voor gewenst gedrag worden aangeboden – leren we een kind hulpeloosheid aan. Van bekijken naar waarom bepaald gedrag voorkomt, leren reflecteren, inzicht in zichzelf vergaren naar externe factoren om ongewenst gedrag te verbannen. Van zelfkennis opbouwen naar vertrouwen op wat anderen ons aanreiken.

Kinderen willen voldoen aan de wensen en eisen die wij volwassenen stellen.

Wanneer je graag klaar staat met een plan van aanpak, is het noodzaak om te starten met onderzoek waar de ongewenste situatie vandaan komt. Kinderen willen voldoen aan de wensen en eisen die wij volwassenen stellen. Wij zijn hun voorbeelden, idolen. Wanneer het ze niet lukt om aan onze (realistische) verwachtingen te voldoen, is dat een signaal dat er iets aan de hand is. Proberen voorbij die oorzaak te gaan, wat die oorzaak ook moge zijn, kan zeker voor dat kind verregaande gevolgen hebben.

De manier waarop we continue brandjes blijven blussen in plaats van de oorzaak van het steeds weer oplaaiende vuur aan te pakken zou ondertussen moeten laten zien hoe belangrijk het is dat kinderen écht goede begeleiding krijgen. Hoe belangrijk het is dat begeleiders fatsoenlijk de mogelijkheid krijgen om kinderen daadwerkelijk te kunnen begeleiden. Dát zou pas een positief begin voor echte gedragsondersteuning zijn.




Also published on Medium.

Notes:

  1. Triple P staat voor Positive Parenting Program, Positief Pedagogisch Programma in het Nederlands
  2. PBS: Positive Behaviour Support, SWPBS: SchoolWide Positive Behavior Support

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Reacties worden gemodereerd, het kan dus even duren voor jouw reactie echt geplaatst is.
Zou je dat wat je in je reactie wilt plaatsen niet zeggen tegen iemand die je na staat? Dan is het hier ook niet gepast.

*


When my child says no to being touched - he's not being rude. She does not have to hug you to avoid hurting your feelings. They're not disobedient. In fact they're doing just what I taught them to do - value their body autonomy over the demands or feelings of others.

Adrianne Simeone, The Mama Bear Effect