Van spruw, vasospasme en tepelhoedje naar korte tongriem: mijn borstvoedingsverhaal

Van spruw, vasospasme en tepelhoedje naar korte tongriem: mijn borstvoedingsverhaal

Ik wou in ieder geval “proberen” om borstvoeding te geven. Ik kan me nog herinneren dat ik rond mijn 16e zat te denken aan een borstverkleining en dat ik las dat borstvoeding geven na een borstverkleining wel mogelijk was. Anders was ik nooit naar de plastisch chirurg geweest. Hij wou er overigens niet aan meewerken en daar ben ik achteraf toch ook wel blij mee.

Tijdens de zwangerschap ging het van “6 weken proberen” naar “6 maanden en daarna kv” (nadat ik een reclame had gezien van een bepaald merk over de weerstand, goede opvolging borstvoeding etc.). Tot ik over de WHO norm las: “6 maanden exclusief borstvoeding, daarna borstvoeding naast vaste voeding tot tenminste 2 jaar”. Toen werd 2 jaar mijn “doel”.
Ik had me best voorbereid op de borstvoedingsperiode. Veel op borstvoeding.com gelezen, ook het boek Borstvoeding van Stefan Kleintjes en Mary Broekhuijsen. Maar ik zou er al gauw achter komen dat theorie je niet compleet voorbereid op de praktijk. Zéker niet in je kraamweek.

De bevalling

Vrijdagochtend om 06:45 meldden we ons in het ziekenhuis. Eerder die week waren mijn vliezen gebroken en op die dag werd ik ingeleid. Achteraf gezien ging dat best raar. Er werd gezegd dat er binnen 2 dagen ingeleid moest worden (na het breken van de vliezen) vanwege infectiegevaar, maar omdat er binnen die tijd geen plek was werd het uitgesteld (maandag waren mijn vliezen gebroken).
Een paar uur later kreeg ik een infuus ingeprikt en nog weer wat later werd het infuus dan ook daadwerkelijk aangesloten en aangezet.
Ik moest vooral op het bed liggen. Met een CTG om mijn buik, zodat ze de kleine goed in de gaten konden houden. Er is tweemaal geprobeerd om een inwendige CTG te plaatsen, maar die liet steeds los. Ik dacht dat die CTG als het ware op het hoofdje geplakt werd, maar die worden ín het hoofdje geprikt.
Naast de inwendige-CTG-pogingen is er meerdere malen getoucheerd om te bekijken wat mijn vorderingen waren. Hier ook weer kennis achteraf: deze handelingen vergrootten de kans op infectie. Daarnaast is toucheren nagenoeg niet nodig om in te schatten hoeveel ontsluiting iemand heeft1 (de uitkomst bij toucheren is immers ook geen vast gegeven).
Omdat ik vooral op bed lag en ik gauw last heb van mijn onderrug deed dat algauw erg zeer. Het nare was ook dat de weeën zo ongeveer allemaal naar m’n rug schoten. Op m’n zij liggen probeerde ik wel, maar dan deed het alleen maar meer pijn. Dus: op m’n rug liggen.
Dat ik ook op “4 voeten” (handen en knieën) had kunnen draaien kwam overigens niet eens in me op. Dus ook geen idee hoe ze daar tegenover stonden.
Op een gegeven moment werd de rugpijn me teveel en wou ik toch wel pijnstilling. Ik kreeg een spuit in m’n been en heb daarna heerlijk geslapen.
Niet heel lang nadat ik weer wakker werd begon het in mn rug weer erg pijn te doen. De zuster (assistente? verloskundige? Geen idee) wou dit in eerste instantie niet melden bij de gyneacoloog, maar ik stond erop dat ze dit zou gaan vragen. Vlak voor ze met de gyneacoloog kwamen kreeg ik persdrang.
Ik werd weer getoucheerd en inderdaad: ik had volledige ontsluiting.
Na zo’n drie kwartier persen bleek de baby niks opgeschoten. Tussendoor had ik nog een katheter geplaatst gekregen omdat ze dachten dat een volle blaas wellicht de baby tegenhield. Hoewel ik dacht een lege blaas te hebben bleek deze toch overvol. Maar ook daarna leverde het persen niks op.
Na in totaal ongeveer een uur geperst te hebben vertelden ze me dat ze zouden proberen de kleine te halen met de vacuümpomp. In een wee werd ik ingeknipt en de wee daarna werd de pomp geplaatst. De knip voelde ik niet, de pomp daarentegen wel (en dat was niet bepaald fijn).
Na vier keer trekken aan de pomp (en deze was 1 of 2x losgeschoten) was onze zoon dan eindelijk geboren. Hij lag wat slap en blauwig in de armen van de zuster (haar eigenlijke functienaam weet ik echt niet). Ik was in eerste instantie een beetje geïrriteerd omdat ik wilde dat mijn man de navelstreng zou doorknippen, zoals in mijn geboorteplan stond, tot het tot me doordrong dat de navelstreng (deze had overigens ook rond z’n nek gezeten) compleet was doorgescheurd en doorknippen dus niet mogelijk was geweest.
Nadat zoonlief dan geboren was moest er nog wat geboren worden: de placenta. En ook die had geen zin om de buik te verlaten. Er werd op mijn buik geduwd, getrokken aan de navelstreng, op een gegeven moment kreeg ik zoonlief even aan de borst om te kijken of daar de placenta van los zou laten: het mocht allemaal niet baten. Nadat meneertje geboren was waren de weeën gewoon compleet gestopt.
Er werd gezegd dat er nog 1 poging gedaan werd, anders moest ik naar de OK, en toen liet de placenta eindelijk los.
Nadat er bloed was afgenomen bij zoonlief (om te bekijken of hij een infectie had opgelopen) mocht ik mijn mannetje dan eindelijk vasthouden. We moesten nog een tijd wachten, maar kregen dan uiteindelijk het goede nieuws te horen: hij mocht gewoon met mij mee naar de kamer.

Samenvatting bevalling

Even wat dingen op een rijtje om de punten die van invloed waren op de borstvoeding duidelijk te maken:

  • Inleiding – door de inleiding (de synthetische oxytocine) wordt de lichaamseigen aanmaak van oxytocine afgeremd;
  • Pijnstilling – door toediening van pijnstilling (Pethidine in mijn geval) tijdens de bevalling is ook de baby versufter dan zonder pijnstilling (bij een volgende bevalling maak ik liever gebruik van TENS – Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie – een pijnstilling dmv elektrische schokjes);
  • Vacuümpomp – de bevalling zelf is (hoe dan ook) traumatisch voor een kind, zeker als deze met een vacuümpomp gehaald moet worden, er 4x getrokken moest worden en de pomp daarnaast ook 1 of 2x is losgeschoten;
  • Doorgescheurde navelstreng – doordat de navelstreng compleet was doorgescheurd verloor zoonlief tijdens de bevalling een hoop bloed, omdat de navelstreng ook om z’n nek had gezeten en de placenta vast op z’n plek bleef heeft dat verstikkend gewerkt.

Begin borstvoeding

De dames in het ziekenhuis hebben zeker hun best gedaan om mij te helpen bij de borstvoeding. Er waren echter een aantal nadelen:

  • Ik had geen idee hoe het voelde / eruit zag als een kindje echt goed dronk;
  • Ze konden niet lang observeren omdat ze al snel weer werden weggeroepen.

Omdat het drinken geen pijn deed gingen we er allemaal vanuit dat het voeden goed ging. Zondagmiddag mochten we naar huis.

Het eerste half jaar borstvoeding

Niet lang nadat we thuis waren kwam de kraamverzorgster voor het eerst langs. Zij constateerde dat zoonlief niet dronk, maar slechts sabbelde. Toen ze hem op de weegschaal legde zag ze ook dat hij bijna zijn 10% geboortegewicht was verloren.
Manlief ging gauw naar de winkel (een van de supermarkten in de buurt was net begonnen met korte openingstijden op zondag) om een klein pakje kunstvoeding te kopen. De kraamverzorgster pakte een mega-spuit uit haar auto zodat we konden vingervoeden.
Het voelde heel slecht om zoonlief kunstvoeding te geven. Precies datgene waarvan ik (uiteindelijk, aan het einde van de zwangerschap) naar mezelf gezworen had dat hij dat nooit zou krijgen. Als ik zo’n groot pak kunstvoeding zag staan kreeg ik weer die soja-kv smaak van vroeger in m’n mond en ik wist gewoon dat ik hem dat niet geven wou (ook het hele commerciële gebeuren rondom kv wilde ik niet aan mee doen).
De volgende ochtend is manlief gauw een huurkolf wezen halen zodat ik zou kunnen kolven om mijn productie op te krikken. Van de kraamverzorgster kreeg ik een tepelhoedje die ze in haar auto had liggen, om zoonlief op die manier aan te leggen.
Ik had het kraamzorgbureau uitgezocht vanwege (onder andere) het Unicef borstvoedingscertificaat dat ze hadden. Daarnaast was het eerste uur bij een lactatiekundige inbegrepen.
Ik heb in die eerste kraamweek vaak willen vragen naar mijn gratis lactatiekundige consult, maar durfde het niet. De kraamverzorgster was een oudere vrouw die dit vak al een behoorlijke tijd uitvoerde en zij zou daar anders toch wel over beginnen? De kunstvoeding & tepelhoedje werd wel met de verloskundige (die uiteindelijk niet bij de bevalling was, omdat ik uiteindelijk met een medische indicatie naar het ziekenhuis moest) besproken, maar ook zij heeft het woord “lactatiekundige” nooit genoemd.
Het voeden van zoonlief (met tepelhoedje) mocht volgens de kraamverzorgster maximaal 25minuten duren per kant.
Na een week of twee zag ik witte vlekken in de mond van zoonlief. Ik ging er in eerste instantie vanuit dat het melkplekken waren, tot ik ze na een paar dagen nog steeds zag zitten. Toen probeerde ik ze weg te vegen en dat lukte niet. Toen wist ik het zeker: spruw.
Van de huisarts kregen we Nystatine mee naar huis. Dat moest ik bij zoonlief in de mond spuiten en daarnaast een druppel bij mij op de tepels doen. Er werd helaas geen rekening mee gehouden dat Nystatine voor oraal gebruik is, niet voor uitwendig gebruik.
Omdat de spruw zeer hardnekkig bleek begon ik te zoeken of er toevallig huis-tuin-keuken middeltjes waren die wel goed zouden werken. Volgens veel posts die ik tegenkwam zou azijnwater (1 deel azijn, 3 delen water geloof ik) heel goed werken. Dus dat uitgeprobeerd. Na een paar dagen zat zijn mond er echt helemaal onder en begonnen de witte vlekken er als pijnlijke zweren (haast als aften) uit te zien. Toen gauw weer naar de huisarts geweest voor meer Nystatine.
Daktarin las ik ook veel over, maar dat mocht pas vanaf 3 maanden. Later kreeg ik ook te horen dat Daktarin erg heftig is en dat deze de slijmvliezen behoorlijk kan aantasten (en daarom niet bij pasgeboren babies gebruikt mag worden).
Ik had ook over Gentiaan Violet gelezen, maar dit zou je moeten verdunnen en dat zag ik niet zitten (Gentiaan Violet is inkt-achtig, vlekken krijg je niet of nauwelijks weg).
Na een week of 5 was de spruw bij zoonlief dan eindelijk weg. Bij mij begonnen rond die periode de steken in m’n borsten en kreeg ik het vermoeden dat mijn tepels er wel heel anders uitzagen dan eerst (als dat geleidelijk aan verandert vergeet je al gauw hoe het er normaal uitziet). Het leek alsof er lichtroze hoedjes op m’n tepels waren geplaatst, een vreemde plaatselijke opzwelling.
De huisarts gaf me gewone antischimmel creme mee. Deze creme moest ik er voor het voeden wel afvegen, omdat die niet geschikt was voor oraal gebruik (en zeker niet voor zo’n klein prulleke).
De creme leek wel te werken, de zwelling was op een gegeven moment weg, de felle kleur bleef echter wel.
Omdat ik steeds vaker pijn had bij het voeden en wel graag van het tepelhoedje af wilde schakelde ik een lactatiekundige in. Zij kwam meekijken en zag ook dat de tepels een wat vurige kleur hadden. Toen ik net alles weer had rechtgetrokken voelde ik weer de pijn in mʼn tepel, ze vroeg of ze de tepel mocht zien en deze was helemaal wit. Ik wist wel dat dat gebeurde, maar had het zelf vergeleken met het sap uit een waterijsje zuigen. Achteraf een vreemde vergelijking (de melk wordt immers niet in je tepel gemaakt/opgeslagen), maar het voelde destijds als een logische verklaring.
De lactatiekundige had een uitleg voor me: vasospasme. Zij had van veel cases gehoord dat alleen het slikken van vitamine B6 al wonderen deed, daarnaast moest dan nog extra calcium en magnesium geslikt worden en eventueel Nifedipine. Alleen de vitamines hielpen bij mij niet zoveel, dus ook Nifedipine opgehaald bij de huisarts. Die had hier verder geen kennis van, maar begreep de uitleg van mij wel (heb er overigens ook bij vermeld dat ik de info van de lactatiekundige en van borstvoeding.com had).
Ik heb haar toen ook mijn vermoeden van een korte tongriem aangegeven (het puntje van z’n tong leek naar beneden te blijven staan, met een soort kenmerkend “vlinder”silhouet van de tong). Zij gaf aan dat niet te zien.
Het duurde even voor ik de Nifedipine ook daadwerkelijk durfde te slikken, manlief werkt namelijk in ploegendienst en was net aan een nieuwe cyclus begonnen. Dus wachten tot hij weer vrij was (ik wou niet riskeren dat ik hier bijwerkingen had van de Nifedipine en in mʼn eentje met een baby zat). Na een weekje leek de Nifedipine zʼn werk te doen, het deed allemaal niet meer zoʼn pijn.
De lactatiekundige had het idee dat het vurige van mʼn tepels door een bacteriële infectie zou kunnen komen, of dat de spruw nog niet helemaal weg was. De huisarts ging meteen uit van de tweede en ik kreeg weer anti-schimmelcrème mee.
Deze anti-schimmelcrème leek ook niet echt te werken, naar mijn idee werd de kleur niet anders.
Rond de tijd dat zoonlief 5-6 maanden was kon ik aan zijn bijten merken dat hij weer tanden kreeg. Hij heeft me in mʼn rechtertepel zelfs zo erg gebeten dat de tepel er (voor mijn gevoel, mede door de zwelling die er weer zat ivm – weer – spruw) uitzag alsof ‘ie er zo af kon vallen.
Toen wist ik dat ik een Gentiaan Violet oplossing (in Lanoline) kon bestellen via Eurolac, dat gedaan en gestopt met Angeal aan te leggen aan de rechterkant. Dat kolfde ik allemaal.
Dit keer was de spruw zo verdwenen. Zoonlief zag er ’s ochtends wel uit alsof hij op een vulpen had zitten sabbelen, maar dat was ook zo weer weg.
Ik heb meerdere keren gedacht “ik kap ermee!”. Vanwege de pijn (vasospasme & spruw). Gelukkig kende ik ook momenten waarop het geen pijn deed, zag ik hoe zoonlief groeide op mijn melk, hoe ik hem kon troosten, etc. De mooie kant van borstvoeding geven.
Die kant (plus het feit dat ik gewoon niet over wilde stappen naar kunstvoeding) heeft heel erg geholpen in het gewoon doorgaan. Van fijn moment naar fijn moment leven.

Ziekenzorg

In dat eerste half jaar heeft hij ook medicijnen gehad vanwege de bevalling (Ferrofumaraat vanwege ijzertekort, daarnaast een laxeermiddel om het verstoppende effect van de Ferrofumaraat tegen te werken).
Daarnaast zijn we rond zijn 3mnd bij de osteopaat geweest vanwege de zware bevalling. Hij bleek meerdere blokkades te hebben in zijn lichaam. Van de vacuümpomp (achterop zijn hoofd en door het losschieten ook bij z’n sleutelbeen) en rond zijn navel (vanwege spanning op en het knappen van de navelstreng).

Half jaar tot 4+ jaar

Naast dat alles van het eerste half jaar heb ik een paar keer met zoonlief in het ziekenhuis gelegen. Eenmaal omdat hij niks binnenhield en ze in het ziekenhuis het risico op uitdroging te groot vonden, een keer omdat we samen van de trap afvielen (wat mij een zwaar gekneusde enkel/voet opleverde) en iig nog een keer voor weer wat anders.
Toen zoonlief net 3 jaar was begon het me op te vallen dat hij veel met “kr” sprak. De zus van een vriendin van ons is logopediste en vertelde dat hij “in die en die fase” zat. Daar was ik even mee gerustgesteld.
Tot ik merkte dat het niet overging en dus geen fase leek te zijn.
De mogelijkheid van een korte tongriem was al die tijd in mijn hoofd blijven sluimeren en kwam toen weer naar boven. Omdat ik die mogelijkheid al behoorlijk lang in m’n hoofd had zitten en ik er dus de tijd voor had gehad om aan het idee te wennen heb ik zoonlief de ruimte gegeven hier ook aan te wennen.
Voor de zomervakantie van 2013 vertelde ik hem er over. Hij vond het idee ’s ochtends erg eng, ’s middags vroeg hij of we die dag naar de dokter gingen (nee dus, ik had de huisarts niet gebeld voor een afspraak omdat hij er erg afwijzend over deed die ochtend). Omdat we in de zomervakantie periode zaten heb ik een paar weken gewacht met een afspraak.
Eenmaal bij de huisarts wou zoonlief zich niet in zijn mond laten kijken. Helaas hielp de manier van werken van de huisarts hier ook totaal niet in mee (in plaats van proberen gerust te stellen eisen om in z’n mond te kijken en dreigen met dat hij anders niet weg kon). Uiteindelijk zonder kijken een doorverwijzing gekregen voor een KNO hier in Enschede.
De week erop konden we bij de KNO-arts terecht. Ook daar wou hij niet in z’n mond laten kijken. Ik had de situatie zoals bij de huisarts uitgelegd, waardoor de KNO-arts aangaf dat we wellicht beter een nieuwe afspraak konden maken. Zo gezegd, zo gedaan.
Bij die volgende afspraak ging manlief mee en zoonlief werkte meteen mee. Het uitsteken van zijn tong werd bekeken en opgemeten. De KNO gaf aan dat hij z’n tong “ver genoeg” kon uitsteken en dat klieven niet nodig zou zijn.
Ik voelde me opgelucht. Tot ik thuis was. Daar bekroop me het gevoel dat hij er echt wel last van had, dat ik het me niet inbeeldde.
Bij de huisarts toen toch een doorverwijzing voor alleen logopedie aangevraagd, om op die manier zijn spraak te helpen verbeteren.
Via Facebook hoorde ik van Mieke van Rijn-Remans (IBCLC lactatiekundige met erg veel ervaring met tongriempjes & lipbandjes) dat het alleen opmeten van de tong / bekijken hoever uitgestoken kan worden niks zegt over al dan niet last hebben van een korte/strakke tongriem.
Van een andere kennis hoorde ik dat zij met haar pasgeboren baby hier in Enschede bij een KNO was geweest en dat dit ook niet was gegaan zoals moest (zou geen strakke lipband/tongriem hebben), terwijl ze in Deventer vertelden dat dit een “klassiek voorbeeld” was (waarna er dus wel werd gekliefd).
Toen weer een afspraak bij de huisarts voor een nieuwe doorverwijzing: dr. Geurts in Deventer. Zonder al teveel gedoe kreeg ik die doorverwijzing mee.
Toen we daar eenmaal waren vroeg dr. Geurts naar de reden waarom we daar waren, hij keek even in de mond van zoonlief en kon ons het volgende vertellen: “hij is inderdaad iets aan de korte kant, we kunnen hier een welles-nietes discussie over starten, maar gezien jouw voorgevoel kunnen we beter gewoon klieven”. Uiteraard met de toevoeging “als het dan toch niet de tongriem is, dan kunnen jullie daarna verder zoeken, wétende dat dit het dan niet was”.
En toen werd zoonlief gekliefd. Onder narcose. Vlak na zijn 4e verjaardag.
Hij was al gauw weer wakker na de procedure en vertelde nog wat duffig over de dierentuin (waar we de dag ervoor waren geweest) tegen twee zusters.
Toen hij weer terug was op de kamer kregen we te horen dat hij ongeveer een kwartier later wat moest drinken. Er werd ranja voor hem neergezet. Wetende dat hij niet van ranja houdt verwachtte ik niet dat hij dat op zou willen drinken. En dat wou hij ook niet. Water wou hij echter ook niet.
Ik had me er bij neergelegd dat het klieven het einde van de borstvoeding zou kunnen betekenen. Maar het enige dat hij wél wou was mamadrinken. Dus: meneertje aangelegd. En ik voelde meteen verschil.
Waar ik eerder altijd een lichte kriebel voelde in de tepel (achteraf gezien omdat de tepel niet vergenoeg achter in z’n mond terecht kwam) voelde ik nu niks. Een paar dagen later merkte ik nog een ander verschil: hij snurkte niet meer zoveel. En als hij dan eens wél snurkte, dan lukte het hem beter zichzelf te corrigeren.
Hij ging sinds oktober 2013 bijna wekelijks (kerstvakantie uitgezonderd) naar de logopediste. Tot aan het klieven leek daar niet veel verbetering weg te komen. De laatste keer voor het klieven werd de “s” klank behandeld. Zolang het in blokken werd gezegd (“s”-“ap”) ging het goed, zodra hij gevraagd werd het woord in een keer te zeggen (“sap”) werd het weer zoals voorheen: “krap”.
Een week na het klieven waren ze bezig met het woordje “sop”, “ssss”-“op” ging goed. Toen werd gevraagd of hij ook “sop” kon zeggen en daar ging hij: “sop, sop, sop, sop, sop, sop, sop”. Hij zei het zo ineens een keer of 10 foutloos achter elkaar.
Toen was er gewoon echt geen twijfel meer mogelijk: al die tijd was zoonlief belemmerd door een korte/strakke tongriem. En dat verklaarde ook meteen alle problemen met de borstvoeding:

  • Continue terugkerende spruw;
  • Vasospasme;
  • Geen grote hap nemen (“kleine mond” volgens de lactatiekundige) met voeden met een tepelhoedje als gevolg;
  • Het klikkende geluid tijdens voedingen: verliezen van het vacuüm (dat tijdens het voeden wel nodig is);
  • Voedingen die erg lang duurden vanwege het niet-bepaald-optimaal gebruik kunnen maken van de tong (die cruciaal is bij borstvoeding).

Ik heb het er met de lactatiekundige (die met zoonlief z’n 5mnd ongeveer hier was komen kijken) naderhand nog over gehad. Ten eerste omdat ik benieuwd was of ze er toen wel of geen kennis over had en uiteraard als informatie waar ze wellicht anderen mee zou kunnen helpen.
Ze gaf eerlijk aan destijds eigenlijk niets te weten over korte/strakke tongriempjes/lipbandjes en dat ze hier nu meer over wist.
Ondertussen is zoonlief met logopedie zover dat hij ongelooflijk goed verstaanbaar is. En dat het niet lang meer zal duren voor hij klaar is bij logopedie. Een resultaat dat we zónder klieven nooit hadden gehad.

Mijn leerpunten

Ik vermoed dat de bevalling niet opschoot omdat de kleine gewoon nog niet klaar was om te komen. Ik vind het ook vreemd dat inleiden ineens “spoed” heeft zolang je maar na de 37wkn zit, terwijl het blijkbaar (in de meeste gevallen) helemaal niet nodig is2. Het risico dát ik had (op infectie) werd allemaal veroorzaakt tíjdens de inleiding (meerdere malen toucheren, twee keer inwendige CTG plaatsen).
Bij een volgende bevalling zou ik dus langer wachten, zolang dat goed voelt.
Alle borstvoedingsproblemen die ik heb gehad zijn terug te leiden naar de korte/strakke tongriem van zoonlief. Door eigen onderzoek naar tongriempjes & lipbandjes en lid te zijn van een gerelateerde Facebook groep weet ik dit nu veel eerder te herkennen. Ik weet nu ook waar ik terecht kan in het geval van deze problemen.
Achteraf is er van alles te verklaren, zoals dat gewoonlijk gaat achteraf 😉 Het is jammer dat er zoveel bij kijken kwam, dingen die niet nodig waren geweest, maar het was aan de andere kant toch ook een heel leerzame periode.
Ik vind het niet nodig dit allemaal nog een keer mee te maken, maar ik heb geen spijt van de keuzes die ik heb gemaakt 🙂

Deel Tweet Deel +1

  1. Alternative methods of checking dilation (the purple line and more)
  2. Pre-labour rupture of membranes: impatience and risk

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Jane Nelsen, Positive Discipline

Where did we ever get the crazy idea that in order to make children do better, first we have to make them feel worse? Think of the last time you felt humiliated or treated unfairly. Did you feel like cooperating or doing better?

Soraya Chemaly

And, just about now, somewhere in the manosphere, someone is furiously typing, “Stop whining, women over there are really suffering,” which actually means “Shut up and consider yourself lucky that we treat you as well as we do.” The idea that women’s rights are measured in terms of competition with other women is just about as sexist as something can get. It demonstrates an utter inability to imagine a world where women’s rights aren’t being traded and regulated by men.

Scroll naar top
Skip to content