Roze is voor meisjes

Roze is voor meisjes

Nietsvermoedend overhandig ik mijn zoon ’s ochtends zijn boterham op het laatste schone kinderbordje dat in de kast stond. Zodra hij ziet welke kleur het heeft verandert hij van een rustig jongetje, naar eentje in blinde paniek. Een roze bordje.
Vanaf dat hij kleuren kent is oranje zijn lievelingskleur. Nog geen jaar geleden wilde hij de front van een grote lade op zijn kamer nog roze, want dat was ook zijn lievelingskleur. En nu had ik hier ineens een klein mensje in paniek, omdat hij zijn boterham op een roze bordje kreeg. “Roze is voor meisjes,” schreeuwde hij. “Roze is een vieze kleur!,” kwam daar achteraan.
Uitleg dat dit het laatste bordje in de kast was, dat de rest in de vaatwasser zat, liep nergens op uit. Hij bleef huilen en schreeuwen. Hij plukte zijn brood, al huilend, van het bordje en legde het op tafel. Ik haalde het brood toen weer weg (en legde het weer op het bordje), omdat letterlijk van tafel eten nou ook weer niet de bedoeling was. De keuze werd: brood op het roze bordje, of geen brood. Hij koos toen voor geen brood, tussendoor schreeuwend dat hij zo’n honger had.
Het soort situatie waarin je hart breekt.
“Het is verdorie maar een kléur!,” dacht ik. Ik verloor op een gegeven moment mijn geduld. Mijn man bleek er beter tegen bestand. Hij ging met kleuter op de bank zitten, knuffelde hem en vroeg wat er toch aan de hand was. Niet lang daarna kwam het eruit: op school zeiden de kinderen allemaal dat roze een meisjeskleur is. Hij benoemde ook dat roze nu echt niet meer ook zijn lievelingskleur was.
Eenmaal bedaard (ja, ik ook) vertelden we waar dat ‘roze is voor meisjes, blauw is voor jongens’ weg komt. Dat roze, net als blauw, paars, geel en groen, gewoon een kleur is. Niks meer, niks minder. Dat bedrijven enorm veel geld verdienen door een roze en een blauwe versie te maken. Dat er genoeg meisjes zijn die blauw (of iedere andere kleur) erg mooi vinden en dat er ook jongens zijn die roze mooi vinden. “Maar ik niet,” was zijn antwoord. “Prima,” zeiden we, “dat hoeft ook niet.”
En toen at hij toch zijn boterham. Van het roze bordje. En de volgende dag ging hij met zijn knalroze ‘Pow’ shirt naar school. Ik moest hem wel beloven dat hij geen brood meer op het roze bordje kreeg. Dat bordje konden we dan wel bewaren voor zijn nichtje die hier vaak op vrijdag is.

Deel Tweet Deel +1

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alfie Kohn

We make fun of what used to be called “yes-men” in the office, those deferential employees who never disagree with the boss, so what makes us think that “yes-children” would be ideal?

Buddha

It is better to travel well than to arrive.

Scroll naar top
Skip to content