Op zoek naar mijn pester

Ik heb op meerdere basisscholen gezeten als klein kind. Vier om precies te zijn. In groep 4 kwam ik op de basisschool terecht waar ik tot en met groep 8 zou zitten.
Een katholieke basisschool met allerlei nieuwe dingen. Bidden bijvoorbeeld. Ik kan nu nog lachen om het gebed dat we vrijdags vlak voor het uit-school-gaan opzeiden. “Bid voor ons zondaars”, alleen kende ik het gebed verder niet dan van daar horen zeggen en klonk het voor mij als “bid voor ons zondags”.
Het heeft behoorlijk wat jaren geduurd voor ik wist wat er echt gezegd werd en tot die tijd heb ik me vaak afgevraagd waarom er dan alleen op zondagen gebeden zou moeten worden (en wat die zondag voor verband had met vrijdag).
Ik weet dat ik de eerste periode nog interessant was voor de nieuwe klasgenootjes. Ik was het nieuwe kindje. Alle meisjes wilden vriendinnetjes zijn, alle jongetjes wilden “verkering”.
Op een gegeven moment hield dat interessante op. Geen idee wanneer/waarom precies, maar het sloeg om naar iets grimmiger.
Ik kreeg te horen dat ik dik zou zijn. Dat ik stonk. En wie weet wat nog meer voor gemene dingen. Naar mijn weten kwam het van een specifiek klasgenootje (later in ieder geval wel).
Er is veel gebeurd. Een deel zit niet bij m’n bewuste geheugen en kan ik dus niet terughalen. Er zijn ook gebeurtenissen die ik wel terug kan halen en dit zo nu en dan ook doe. Om te verwerken, terug te gaan naar hoe ik me toen voelde om empatischer te kunnen zijn naar iemand anders toe en ook omdat ik gewoon een denker ben en mijn hoofd graag bezig houd 😉
De gebeurtenissen die wel in mijn bewuste geheugen zit (die ik dus terug kan halen) van de basisschoolperiode zijn:

  • Steeds weer dik genoemd worden (niet dat ze wel dat recht hadden gehad als ik idd overgewicht had gehad, maar ik was het zeker niet).
  • Achterna gezeten worden door zo ongeveer de helft van mijn klas, van de dépendance naar het schoolgebouw voor schoolkoor (200m lopen, gok ik?). Ik heb echt gerend voor mijn leven…
  • Mijn meester (gr 5 of gr 7) die mij een landloper noemt (we kwamen dat woord tegen in de les, ik vroeg “wat is een landloper?”, zijn antwoord: “zoals jij bent”).
  • Kinderen die niet met mij durfden te spelen, uit angst om zelf ook gepest te worden.
  • Na een opmerking tegen een vriendinnetje die schuin achter mij zat tijdens koor op het schoolplein in elkaar getrapt worden door een meisje die een klas hoger zat, omdat zij dacht dat ik haar had beledigt (terwijl ik met geen woord over haar had gerept).
  • Op het winkelcentrum haar zien met haar zusje “Hiranthi, kijk, ik heb hier een blonde haar”. Gelovend in het goede van de mens liep ik naar haar toe. Om een trap in mn rug te krijgen.

Na de basisschool ging het verder op de middelbare school. Mijn moeder had bij die school aangegeven dat ze niet wou dat ik bij die specifieke persoon in de klas kwam te zitten (met uitleg waarom niet), maar ik kwam toch bij haar in de klas. Er zouden heel veel dezelfde aanvraag hebben gedaan en ze konden geen rekening houden met iedereen (gek genoeg zat ik met zo ongeveer iedereen van de basisschool in dezelfde klas daar, er waren meerdere brugklassen).
In onze klas zaten ook wat “popi jopie’s” van een andere school. Die graag meegingen in het gepest.
Een van die meiden zei tijdens buitengym eens “goh, wat heb jij een lekker kontje voor een nijlpaard”. Omdat ik die opmerkingen meer dan zat was besloot ik wat meer van me af te bijten. Ik reageerde met “goh, wat heb jij een lekker koppie voor een kakkerlak”. Een comeback die ze niet verwacht had..
Met mijn klasgenoten kon ik het niet geweldig vinden daar. De meesten vielen toch al gauw weer in hun rol van de basisschool, mee pesten. Of gewoon niks doen.
Ik had twee echte vriendinnen die ik leerde kennen op de eerste dag van de middelbare school. Ik denk dat het zonder hun een nog veel moeilijkere tijd was geweest…
Op het ROC (na de MAVO) ging het ook “vrolijk” verder. Daar leerde ik twee andere meiden kennen, dus ook hier het geluk dat ik in ieder geval een paar meiden had die me namen zoals ik was. Maar de manier waarop een stel andere meiden me van alles misgunden was zuur.
Vanaf het tweede jaar ROC moesten we naar Hengelo. En tijdens het fietsen daar naartoe (en weer terug naar huis) was er genoeg tijd om na te denken. En dat deed ik altijd al veel.
Ik heb me vaak afgevraagd wat er dan zo mis was met mij dat ik steeds weer het mikpunt was. En wat ik nou eigenlijk voor persoon was. Wat waren mijn sterke en zwakke punten?
Ik had zo lang een masker op gehad dat ik mezelf niet meer kende. En dat zou nog zo’n 10 jaar gaan duren voor ik mezelf, beetje bij beetje, terug zou vinden.
Mijn moeder vertelde me ergens in m’n basisschooltijd eens dat kinderen die gepest worden het zelf moeilijk hebben. En ik heb me vanaf toen vaak afgevraagd wat mijn pesters (en vooral die ene eerste pester) was overkomen dat ze de gedachte hadden macht te moeten hebben over een ander persoon.
Ik was bang van ze, ook de meiden op het ROC. Niet zozeer om wat ze me lichamelijk zouden kunnen doen, maar om wat ze met mijn hoofd deden. Ik was namelijk gaan geloven dat ik dik was, dat ik dom was, dat ik minder was dan zij waren.
Ondanks dat heb ik me vaak afgevraagd hoe het nou met die ene eerste pester was. Vaak heb ik gedacht “ik hoop dat ze er slechter aan toe is dan ik ben”. Als wraak voor wat ze mij had aangedaan.
Sinds een paar jaar is dat echter omgeslagen. Hoe dichter ik bij mezelf kwam, hoe meer ik hoopte dat zij haar geluk gevonden had.
Ik heb haar vaak gezocht op Facebook, om te kijken hoe het met haar ging. Maar ik kwam alleen naamgenoten tegen met het zoeken.
Niet lang geleden was het anders. Toen stond ze ineens bovenaan in de zoekresultaten.
Met “knikkende knieën” heb ik haar een vriendschapsverzoek gestuurd. Niet lang daarna kreeg ik bericht dat ze mijn verzoek had geaccepteerd.
Ze ziet er gelukkig uit op haar foto’s. En ik hoop met heel mijn hart dat ze dat diep van binnen ook is.

Deel Tweet Deel +1

2 Comments

  1. frits

    nooit geweten….. dacht dat kris de enige was die systematisch gepest werd. commentaar wat over jou is blijven hangen is zoiets van: hoe kan het dat zulke lelijke mensen zo’n knappe dochter hebben?
    heel knap en respect voor je benadering van de pestkop.

  2. Marc

    Zo groothartig ben ik niet.
    1 pester heeft een motorongeluk gehad, zijn korte termijngeheugen is naar de knoppen. Karma, klootzak.
    1 pester heb ik met naam en toenaam op tv in een populair tv-programma genoemd en verteld wat ze heeft gedaan. Boos heeft ze het programma gebeld en vertelt wat ik haar allemaal zou hebben aangedaan. Maar haar reputatie was verziekt. Jammer dan.
    Pesters mogen wat mij betreft gewoon in een ton met glasscherven van een berg af. En dan weer naar boven voor nog een rondje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The more the child feels attached to the mother, the more secure he is in his acceptance of himself and the rest of the world. The more love he gets, the more he is capable of giving. Attachment is as central to the developing child as eating and breathing.

Educating the mind without educating the heart is no education at all.

0
Skip to content