19 april 2013: "Dag tegen het pesten"

Een van de eerste pesterijen gebeurde bij het huis waar ik geboren ben. Het was m’n 3e (of 4e, maar ik geloof m’n 3e) verjaardag en ik had een prachtige jongenspop gekregen. Eigenlijk mocht de pop niet mee naar buiten, maar ik wilde er zo graag mee spelen en ‘m aan mijn beste vriendinnetje laten zien dat ik het toch deed.
Een stel oudere jongens vonden het nodig om me de pop uit m’n armen te rukken, tegen het klimrek aan te slaan en de armen/benen/hoofd etc. in allemaal verschillende tuinen te gooien. Ik zie het nog zo voor me en weet ook nog hoe machteloos en verdrietig ik me voelde. De pop is overigens nooit teruggevonden.
Ik kan me ook nog goed herinneren hoe ik vanuit de dependance (groep 5 of 7) naar het hoofdgebouw van de basisschool liep. Ik had koor en dat werd altijd in het hoofdgebouw gehouden.
Een meter of 5-10 van het dependance gebouw af moest ik rennen voor mijn leven: een groot deel van de klas rende achter me aan, dreigend me in elkaar te slaan. Ik kan me niet herinneren ooit zo bang geweest te zijn..
De grootste pestkop bij ons in de klas was een Syrisch meisje. Ik dacht dat ze het altijd alleen op mij voorzien had en goede vriendjes met de “popi’s” was, maar toen ik naar de middelbare school zou bleek dat ze iedereen “te grazen” nam.
Blijkbaar had zo ongeveer iedereen gevraagd om alsjeblieft niet bij haar in de klas te komen.
Ik kan me de keer bij koor (groep 6 of 7) dat ik wat zei tegen een vriendin schuin achter me ook nog goed herinneren. Een meisje (van een klas hoger dan ik) daarachter was ervan overtuigd dat ik haar had uit zitten schelden en vond het nodig om me na koor op het speelplein in elkaar te trappen.
De klappen zelf kan ik me niet herinneren, maar wel dat ik compleet in elkaar gedoken zat. Bang om me te bewegen.
Haar vriendin durfde niet fysiek in te grijpen, maar probeerde wel op haar in te praten dat ze er mee zou stoppen.
Zo kan ik – helaas – nog wel een tijdje doorgaan met voorbeelden.
Waarom ik dit nu deel? Het is “dag tegen het pesten” vandaag en het leek me toepasselijk  om wat van mijn ervaringen hiermee te delen.
Ik werd gepest omdat ik te dik was (en weet je? In groep 8 had ik zo ongeveer maat 176, niks mis mee dus) en dat begon ik al gauw te geloven.
Op mijn 12e ben ik begonnen met roken. Een meisje bij mij in de klas op de basisschool rookte al in groep 8 en dat vond ik onwijs stoer. Vond het ook heel erg interessant om mijn moeder te zien roken (rookwalm die naar buiten kwam en weer haar mond in ging). Wat je als kind wel niet interessant kan vinden… 😉
Oh en het heeft toch zeker een half jaar geduurd voor ik het “over de longen” roken snapte (en dat dat ook was wat ik bij m’n moeder zag, ik dacht dat ze uitblies en dan weer inademde)… 😉
De eerste twee jaar heb ik niet in bijzijn van mijn klasgenoten gerookt (mijn moeder werkte in de bieb bij ons op school). Toen ze er op mijn 14e achter kwam kon ik dan eindelijk stoppen met stiekem roken (en jee… dat was een inbreuk op m’n zakgeld zeg! 😉 Van 1 pakje per 4-6 maanden ging ik al gauw naar 1 pakje per dag…).
De eerste keer op school roken was onwennig en werd meteen afgedaan met: “je rookt alleen maar omdat wij roken! Je rookt niet echt!” en meer van dat soort opmerkingen.
Nu, op mijn 28e, merk ik nog wat voor littekens het pesten me heeft gegeven. Geen fysieke littekens, maar psychische littekens.
Ik zag mezelf heel lang als “een vrolijke meid” maar weet nu dat dit slechts een muur was. Een muur die ik voor mezelf en iedereen om me heen gebouwd had.
Altijd stond ik klaar voor vrienden, maar ik had nooit door dat ik er niet voor mezelf was.
De komst van mijn zoontje, februari 2010, heeft me heel erg geholpen met mijn verwerking.
Tijdens mijn zwangerschap verdiepte ik me in borstvoeding, opvoeding etc. En toen kwam ik erachter dat het idee van “uit laten huilen”, “ze hebben maar te leren zichzelf te vermaken” eigenlijk maar raar waren.
Ik zie die manier van omgaan met kinderen tegenwoordig als een vorm van pesten. We willen graag dat onze kinderen empathisch zijn, klaar staan voor anderen. Dat ze anderen niet tot slachtoffer maken, terwijl dit over het algemeen wel bij kinderen gedaan wordt.
Babies worden niet geboren om het leven van hun ouders zuur te maken. Ja, gezinsuitbreiding kan erg moeilijk zijn. Maar dat is niet de schuld van de baby, die wordt hulpeloos geboren.
Een kind laten zien “wie de baas is”, is naar mijn mening niet anders dan een pestkop op de basisschool / de middelbare school / het werk die de baas wil zijn.
Ik kan het dan ook niet gek vinden dat pesten steeds meer een issue is. Ouders wordt van alle kanten geleerd dat kinderen onder de duim gehouden moeten worden, die kinderen voelen zich gekleineerd, niks waard. En als gevolg daarvan reageren ze zich af op andere kinderen (of dieren).
Natuurlijk gebeurt dit niet bij alle kinderen. Sommigen zitten nou eenmaal anders in elkaar en kunnen er niet zo heel veel mee zitten dat anderen het op ze gemunt hebben. Of die voelen zich van binnen wel vreselijk, maar reageren dit niet af met pesten.
Ik kan het van mezelf vooral goed merken als ik boos ben. Ik krijg dan al gauw de neiging om te schoppen, slaan etc. Gelukkig kan ik die neiging onderdrukken (of wordt het schoppen tegen speelgoed, slaan met een deur oid), maar zo gaat het niet met iedereen.
Gelukkig weet ik dat dit een gevoel van onmacht is. Onmacht dat de betreffende situatie niet loopt zoals ik zou willen (bijvoorbeeld een peuter die zich niet aan wil kleden terwijl we naar de gastouder moeten).
Dat gevoel van onmacht zie ik ook veel in mijn dromen terug. Dromen over dat ik – om wat voor reden dan ook – moet vechten, maar dat mijn slaan/schoppen (zo hard als ik kan) slechts een aai is op het lichaam van de persoon waar ik tegen vecht.
Het UP omgaan (Unconditonal Parenting / Onvoorwaardelijk Opvoeden -> onvoorwaardelijk omgaan) met mijn zoon heeft me helpen realiseren dat ik niet alleen onvoorwaardelijk van mijn zoon hou, maar dat ik ook onvoorwaardelijk van mezelf kan houden.
Ik hou van mijn zoon om wie hij is, dat hij mag zíjn wie hij is. Dat hij zijn emoties mag hebben en dat die allemaal even valide zijn.
Ik werd boos op mezelf als ik boos werd op mijn zoon.
En toen realiseerde ik me hoe gek dat is. Als ik al dat soort dingen bij mijn zoon (en anderen) wél accepteer, waarom zou ik dat dan zelf niet mogen?
Natuurlijk kwam het niet meteen, maar ik kan tegenwoordig beter schakelen als ik boos ben. Ik ben niet meer bang om fouten toe te geven, mijn excuses aan te bieden.
Ik wil niet beweren dat Unconditional Parenting de heilige graal is wat betreft het opvoeden van je kinderen (al denk ik stiekem van wel natuurlijk 😉 😛 ), maar ik durf wel te beweren dat heel veel ouders én kinderen ongelooflijk gebaat zouden zijn bij zo’n manier van omgaan met elkaar.
Unconditional Parenting (of in dit geval beter: Unconditional Living) gaat namelijk om jezelf mogen zijn zonder hier over te oordelen, ook al komt het op dat moment wellicht niet uit. Dus puur en alleen jij en niemand anders. En dat kan iedereen wel gebruiken.
En weet je, ik vraag me ook echt weleens af wat ze in hemelsnaam hebben meegemaakt om anderen op zo’n manier het leven zuur te maken. Wáarom ze toch zo’n gevoel van “in control” nodig hadden.

Deel Tweet Deel +1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Children’s emotions are as real as yours. Just because they might get sad over the colour of their cup, does not make their feelings any less real.

0
Skip to content