Liefdevol Opgroeien https://liefdevol-opgroeien.nl Samen leven, samen groeien Tue, 14 Feb 2017 12:13:10 +0000 nl hourly 1 https://wordpress.org/?v=4.7.2 Glutenvrij in een huis vol gluten https://liefdevol-opgroeien.nl/voeding/glutenvrij-huis-vol-gluten/ https://liefdevol-opgroeien.nl/voeding/glutenvrij-huis-vol-gluten/#respond Tue, 14 Feb 2017 12:13:10 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=2564 Gluten. Ontzettend kleine dingetjes in je eten. Met het blote oog zie je ze niet, maar als je er niet tegen kunt, merk je aan je lijf gauw genoeg wanneer je het toch binnen hebt gekregen. Irritant als een allergie. Doormodderen met vage klachten. Ik vermoed dat er maar weinig mensen zijn die dat níet doen. […]

Het bericht Glutenvrij in een huis vol gluten verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

Gluten. Ontzettend kleine dingetjes in je eten. Met het blote oog zie je ze niet, maar als je er niet tegen kunt, merk je aan je lijf gauw genoeg wanneer je het toch binnen hebt gekregen. Irritant als een allergie.

Doormodderen met vage klachten. Ik vermoed dat er maar weinig mensen zijn die dat níet doen. Echt luisteren naar onze lijven leren we niet en daarnaast wordt iets dat al een tijd zo gaat algauw onderdeel van je normaalbeeld. De verschillen zie je pas als je voordetijd en nadetijd gaat vergelijken met elkaar. Net als het groeien van je kinderen (en/of huisdier).

Ik wist dat mijn oma (okee, ik dacht in eerste instantie dat het mijn opa was) niet zo goed reageerde op gluten. Een jaar of wat terug begon ik een Pinterest-bord bij te houden met glutenvrije recepten, ‘voor het geval ik glutenvrij moet koken’ en toen ik een kookboek met glutenvrije bakrecepten zag liggen bij de Lidl nam ik die met dezelfde achterliggende gedachte mee. En toen ging ik weer in loondienst werken en had (heeft) een van de teamleiders daar coeliakie. De gedachte van “misschien heb ik dat wel” kwam voor de zoveelste keer naar boven en toen besloot ik om het dan maar uit te proberen. Glutenvrij eten, that is. De onderzoeken zit ik niet op te wachten..

De mist in mijn hoofd klaarde op

Het duurde niet lang en ik merkte behoorlijke verschillen. Niet alleen mijn stoelgang verbeterde aanzienlijk. Ik was ook eindelijk die ‘wolk’ in mijn hoofd kwijt. Vergeetachtigheid was iets dat me ook al lang gezelschap hield. Hoe lang precies? Dat weet ik dan weer niet, natuurlijk (hah!). Ik vond die vergeetachtigheid ook iets vreemds. Als kind had ik immers een geweldig geheugen. Met sommige zaken lukte dat nog wel, maar voor ‘afwijkende’ dingen vooral als ik er bewust m’n best voor deed om het te onthouden.

Omdat ik toch ook iets van een provocatietest wilde doen, besloot ik om niet specifiek glutenvrij te eten bij de sushi plek waar we met de kids zouden gaan eten (een paar weken na de start van glutenvrij eten). Mijn lijf reageerde behoorlijk snel. Helaas. Het was een stuk praktischer (en goedkoper!) geweest als er geen reactie was geweest.
Daarna dus weer op glutenvrij. En toen ging ik samen met mijn vriend soep eten bij mijn zusje, haar vriend en zoontje. Met brood had ze rekening gehouden, mijn vriend hielp me eraan herinneren dat ik haar moest wijzen op vermicelli (dat ik dat dus niet hebben kan). Het zal hooguit een half uur geweest zijn na het avondeten: ik kon voelen dat mijn lijf haar vijand tegen was gekomen. Wat bleek? De gebruikte bouillionblokjes waren niet glutenvrij. Bouillionblokjes die gebruikt waren voor een grote pan soep (een liter of 3-4 vermoed ik), waarvan ik twee kommetjes had gehad. Veel gluten? Nope. Maar mijn lijf reageerde alsof ik een ontzettende fout had begaan. Dat zal me leren te vergeten dat in bouillionblokjes ook gluten kunnen zitten.

De reactie op die twee kommen soep heeft in totaal ongeveer een week geduurd. De gluten zelf waren toen ongetwijfeld al uit m’n systeem. Blijkbaar zet het binnenkrijgen ervan behoorlijk wat in werking zodra je glutenvrij gaat eten.

De rest hier in huis (grootste deel van de tijd mijn vriend en zoon, wat minder vaak dan dat ook mijn bonuskinderen) eet wel ‘gewoon’. En hoe langer ik glutenvrij eet, hoe meer ik de noodzaak zie van algemeen gebruikte zaken (zoals boter, kaas etc.) dubbel inkopen. Eenmaal voor mij, eenmaal voor de rest. Het blijkt namelijk nogal lastig zijn om volledig glutenvrij te gaan als de rest van het huishouden dit niet ook vermijd. Besmettingsgevaar zit ‘m daarnaast in het klaarmaken van een boterham van mijn zoon (of een van mijn bonuskinderen) en daarna vergeten handen te wassen, of te denken “ach, dat kan wel.” Om diezelfde dag nog afgestraft te worden door je eigen lijf. Maar: ik ben hardleers, dat komt dus vaker voor 😉

Als kind heb ik koemelk, honden en katten moeten vermijden, omdat ik er allergisch voor was. Met zulke grootse reacties op zoiets kleins als gluten denk ik met nostalgie terug aan die tijd. Koemelk is geen pretje om te vermijden (al vond ik de ranja in plaats van melk op school helemaal niet erg), maar gluten gaan toch echt een graadje verder. Zónder levensbedreigend te zijn. Het is gewoon rete-irritant om te merken dat je toch weer iets van gluten binnen hebt gekregen. En hoe langer je glutenvrij gaat, hoe meer ‘overtrokken’ de reactie van je lichaam lijkt. Daar heb ik behoorlijk over na zitten denken, wat daar de reden van is en ik kwam op het volgende:

Je darmen (dat is waar je op ‘grootse manieren’ merkt last te hebben van gluten) kunnen totaal kapot gaan door gluten. Lichamen als die van ons zijn geweldig in aanpassen en na verloop van tijd roeien ze gewoon met de riemen die ze hebben. Je merkt wel het een en ander, maar het lijkt niet aanwezig genoeg om echt vraagtekens te zetten (tot je gaat vergelijken met jaren ervoor bijvoorbeeld).
Wanneer je – al dan niet als experiment – dan glutenvrij gaat eten, wordt de balans in je darmen iedere dag een beetje beter. Je krijgt meer en meer goede soldaten die zorgdragen voor de beveiliging van jouw weerstand etc.
Wanneer je weer gluten binnenkrijgt, niet lang na de start van je dieet, merk je best duidelijk verschil. Althans, duidelijk genoeg om te laten weten dat het vermijden van gluten een goed idee is. En dus ga je vrolijk verder met je ‘glutenvrije avontuur’.
Op een gegeven moment krijg je (zoals ik met de heerlijke soep van mijn zusje) weer gluten binnen. Het leger in je lijf is nu een stuk groter en dus ook een stuk meer soldaten die alarm slaan. Resultaat: je hele lichaam reageert ontzettend snel. In je maag wordt al herkend wat er binnen is gekomen, dit wordt versneld doorgezet naar je darmen en van daaruit wederom alarm om de vijand zo snel mogelijk weg te krijgen. Gezellig doen op het toilet dus.

Ik merk zo’n zelfde reactie overigens met zaken als cola. Ik kon er iedere dag zonder problemen een hele fles van leegdrinken, zonder daar noemenswaardige reacties op te krijgen. Als ik het nu doe, heb ik de dag erna een kater zoals ik nooit eerder had. Zónder alcohol te drinken.

Omdat mijn lijf voorheen niet zo ontzettend groots reageerde op gluten, heb ik weleens met de gedachte gespeeld om gewoon weer gluten te gaan eten. De conclusie is tot nu toe steeds hetzelfde geweest: ik zit nu de rest van de tijd niet alleen veel beter in mijn lijf, maar ook in mijn hoofd. En dat wil ik niet kwijt. Het risico op een ‘grootse verwelkoming’ van gluten houd ik dus maar voor lief.

Eet jij glutenvrij (of glutenarm)? Hoe probeer jij te voorkomen vergezeld te worden door veelvuldig toiletbezoek?

Het bericht Glutenvrij in een huis vol gluten verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/voeding/glutenvrij-huis-vol-gluten/feed/ 0
Waarom, gebrek aan inlevingsvermogen https://liefdevol-opgroeien.nl/communicatie/waarom-gebrek-aan-inlevingsvermogen/ https://liefdevol-opgroeien.nl/communicatie/waarom-gebrek-aan-inlevingsvermogen/#respond Tue, 07 Feb 2017 10:11:15 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=3195 Het enige van de kindercoach cursus van het NTI dat me daadwerkelijk wat heeft gebracht was de praktijkdag. Op die dag leerden we onder andere dat een vraag die start met ‘waarom’ eigenlijk een luie vraag is. Wie, wat, waar, waarom. Het zijn de vier vraagstarters die ons worden aangeleerd voor open vragen. Het blijkt […]

Het bericht Waarom, gebrek aan inlevingsvermogen verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

Het enige van de kindercoach cursus van het NTI dat me daadwerkelijk wat heeft gebracht was de praktijkdag. Op die dag leerden we onder andere dat een vraag die start met ‘waarom’ eigenlijk een luie vraag is. Wie, wat, waar, waarom. Het zijn de vier vraagstarters die ons worden aangeleerd voor open vragen. Het blijkt echter dat de waarom vraag een ‘luie vraag’ is. Althans, zo werd mij verteld bij de praktijkdag voor de kindercoach opleiding die ik volgde. Zoals met zoveel zaken heb ik erover nagedacht. Wat maakt het een ‘luie’ vraag? En hoe komt het dat we ons aangevallen voelen bij die vraagstelling?

Hoe jammer van het geld ook, het enige waar ik écht iets aan heb gehad is de praktijkdag bij de cursus kindercoach van het NTI. De rest van de cursus had geen meerwaarde en/of gaf een verkeerde weergave van het beroep. Hoewel de praktijkdag ook zeker het een en ander te op- en aanmerken had (we hadden het samen met voedingscoaches, niet bepaald gelijk te trekken met kindercoaches), had het best wat leerzame momenten. Een van die momenten was toen de begeleider noemde dat ‘waarom’-vragen eigenlijk luie vragen zijn. In eerste instantie ging ik  in de verdediging. Hoezo luie vragen? We hadden toch niet voor niks geleerd dat ‘waarom’ onder de open vragen valt? Open vragen nodigen toch juist uit tot langere antwoorden? Hoe kan een vraag dat begint met ‘waarom’ dan als luie vraag aangeduid worden?

Ik werd me er weer van bewust toen ik de vraag laatst op mijn werk kreeg: “waarom is [een bepaalde target] van jou de laatste weken laag?” De eerste reactie die ik daarop voelde was instinctief. Defensief. Alsof ik mezelf moest zien te verdedigen. Ik moest ook weer aan de praktijkdag van de kindercoach cursus denken. Dat een vraag die met ‘waarom’ begint eigenlijk een facade voor de eigenlijke vraag is.
Zodra je een vraag met ‘waarom’ begint, sta je er eigenlijk met een opgeheven vinger te wijzen naar de persoon aan wie je de vraag stelt. Er schuilt een oordeel in. Er wordt om verantwoording gevraagd. Tijdens de praktijkdag werd de opdracht om ‘waarom’-vragen te beginnen met iets anders dan waarom. Dat bleek een behoorlijke klus, aangezien we zo gewend zijn om vragen met ‘waarom’ te beginnen.

Een ‘waarom’-vraag is dus eigenlijk niet zo open. Het stelt de vraag vanuit jezelf, je eigen oordeel (“ik snap het niet hoor, waarom zouden ze dat zo doen?”). Om de vraag zelf ook open te houden (en niet alleen het antwoord) en dus buiten je eigen ego en oordeel staan, begin je de vraag dus niet met waarom. De vraag die mij gesteld werd zou dan zoiets worden: “Hoe komt het dat je target de laatste weken lager is dan we graag willen zien?”

Je moet meer moeite doen om een vraagstelling te krijgen die niet offensief is. Je moet je inlevingsvermogen activeren om een vraag te stellen die geen defensief antwoord opvraagt. Makkelijk? Absoluut niet. Zeker als je gewend bent om ‘waarom’-vragen te stellen is het lastig om te schakelen. Zoals met alle nieuwe zaken. Het is echter absoluut de moeite waard. Je gebruikt je inlevingsvermogen actiever, waardoor je iedere keer iets beter wordt in het inleven in de ander. Op een gegeven moment is het stellen van een ‘waarom’-vraag dermate afgeleerd dat je iedere keer als je het hoort (of uit automatisme toch doet) de vraag weet om te buigen naar een échte open vraag.

Hoe reageer jij op ‘waarom’-vragen en stel je ze zelf?

Het bericht Waarom, gebrek aan inlevingsvermogen verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/communicatie/waarom-gebrek-aan-inlevingsvermogen/feed/ 0
Dualiteit in de benadering van kinderen https://liefdevol-opgroeien.nl/communicatie/dualiteit-benadering-kinderen/ https://liefdevol-opgroeien.nl/communicatie/dualiteit-benadering-kinderen/#respond Tue, 31 Jan 2017 10:11:13 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=3197 Vanaf de geboorte worden kinderen op tegenstrijdige manieren benadert. Enerzijds als mini-volwassenen met vergelijkbare verwachtingen. Anderzijds alsof hun intellect (en menselijke waarde) een aantal treden lager zit dan de werkelijkheid.

Het bericht Dualiteit in de benadering van kinderen verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

Vanaf de geboorte worden kinderen op tegenstrijdige manieren benadert. Enerzijds als mini-volwassenen met vergelijkbare verwachtingen. Anderzijds alsof hun intellect (en menselijke waarde) een aantal treden lager zit dan de werkelijkheid.

Aanleren om later weer af te leren

Kleine kinderen wordt bij voorbaat al vaak een ander woord geleerd dan het woord dat wij volwassenen zelf gebruiken. Toet-toet in plaats van auto, waf-waf voor hond en ga zo maar door. Het getuigt van creativiteit als kinderen zelf zo’n invulling bedenken, omdat ze het eigenlijke woord niet weten. Een prachtige poging om dat wat ze willen zeggen ook kenbaar te maken aan anderen, zonder de eigenlijke woorden te weten. Het is echter totaal nutteloos als deze woorden door anderen worden aangereikt.

Er heerst de aanname dat het eigenlijke woord te moeilijk is en dus wordt er gelijk een ‘kinderwoord’ voor verzonnen. De invulling dat het kind nog niet slim genoeg is om ‘volwassenwoorden’ te kunnen gebruiken. Wanneer ze dan als oud genoeg voor het ‘volwassenwoord’ worden bevonden, wordt er ineens geëist dat het ‘volwassenwoord’ gebruikt wordt. Wanneer dit niet wordt gedaan, wordt er haast geërgerd gereageerd. Dat de kleintjes het ‘kinderwoord’ tot dat moment aangereikt hebben gekregen, erkenning van dat woord hebben gehad, wordt algauw vergeten. Er moeten ‘gewone woorden’ worden gebruikt.

Tegelijkertijd worden kinderen, tijdens het onderschatten van het oppikken van taal, op andere gebieden sterk overschat. Babies moeten op hun eigen kamer slapen, zelf spelen, alleen kunnen zijn. Allerlei zaken die compleet tegen hun natuur ingaan. Gedreven door de angst dat ze anders een jaar of 16 later niet zelfstandig genoeg zijn.

Kinderen en seksualiteit

Zo’n zelfde dualiteit is duidelijk aanwezig zodra het om seks en seksualiteit gaat. Enerzijds moet de ‘kinderlijke onschuld’ koste wat kost behouden blijven. Praten over seks en voortplanting wordt bij voorkeur vermeden. Voor het aanduiden van lichaamsdelen worden ook hier kinderwoorden gebruikt. Vulva wordt spleetje, penis wordt plasser. Seks wordt omschreven als knuffelen. Als er dan eens is gemeld dat je door seks zwanger kunt raken, kunnen kinderen (al dan niet duidelijk) angstig worden om knuffels uit te delen of in ontvangst te nemen.

Anderzijds zijn kinderen slachtoffer van overseksualisering. Dat vrouwen hun borsten overal moeten bedekken (en tegelijkertijd wel zichtbaar laten zijn) terwijl mannen doorgaans ongestraft onbedekt kunnen (en mogen) zijn is vreemd. Zeker als diezelfde logica wordt doorgetrokken naar meisjes waar nog geen sprake is van borstontwikkeling. Op jonge leeftijd ziet de borstkas er niet anders uit dan van jongens, toch wordt er verwacht dat ze met bikini topjes en op beha’s lijkende hemdjes hun borstkas bedekken. Alledaagse kleding voor jongens is gebaseerd op stoerheid, functionaliteit. Voor meiden gaat het om uiterlijk, verleidelijkheid.

De dualiteit in de benadering is niet alleen het probleem van de kinderen van nu.

Er wordt in taal moeite gedaan om de ‘kinderlijke onschuld’ te bewaren, terwijl dit in de verdere benadering juist wordt afgepakt. Kinderen mogen geen kind meer zijn. Er worden veel volwassenzaken van ze verwacht. Zelfstandig zijn, een goede zelfbeheersing en ga zo maar door. Tijd om te oefenen om die zaken onder de knie te krijgen wordt ze nauwelijks gegeven. Wanneer ze in andere zaken ook aan die volwassenverwachtingen proberen te voldoen, worden ze weggezet met “jij bent nog maar een kind.”

De dualiteit in de benadering is niet alleen het probleem van de kinderen van nu. De benadering en het beeld van de jeugd als gevolg daarvan wordt meegenomen in de toekomst, waardoor het ook op de nieuwe jeugd opgedrongen wordt. Een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden. Kinderen zijn niet minder waard omdat ze minder levenservaring dan wij volwassenen hebben. Kinderen zijn niet minder waard dan volwassenen, punt.

Lukt het jou de genoemde dualiteit in de benadering van (jouw) kinderen te filteren?

Het bericht Dualiteit in de benadering van kinderen verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/communicatie/dualiteit-benadering-kinderen/feed/ 0
Van ruilen komt huilen https://liefdevol-opgroeien.nl/meegemaakt/van-ruilen-komt-huilen/ https://liefdevol-opgroeien.nl/meegemaakt/van-ruilen-komt-huilen/#respond Sun, 29 Jan 2017 15:30:44 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=3049 Na Pokemon Go zijn de Pokemon kaarten weer terug in het leven van de jeugd. Hoe meer kaarten, hoe beter. En de gehele verzameling wordt meegenomen naar school. Om te pochen met de hoeveelheid en te ruilen.

Het bericht Van ruilen komt huilen verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

Na Pokemon Go zijn de Pokemon kaarten weer terug in het leven van de jeugd. Hoe meer kaarten, hoe beter. En de gehele verzameling wordt meegenomen naar school. Om te pochen met de hoeveelheid en te ruilen.

Mijn zoon had z’n verzameling Pokemon-kaarten meegenomen na Sinterklaas bij z’n vader. Naast zijn decks had hij twintig kaarten los. De losse kaarten wilde hij graag ruilen op school. ‘s Ochtends voor het naar school gaan legde ik hem nog uit dat als hij een kaart had geruild, hij die ook echt kwijt zou zijn. Dat terugvragen wel kan, maar dat hij met het weggeven zeggenschap over de betreffende kaart ook had weggegeven. En dit dus in de meeste gevallen zou betekenen dat hij het niet terug zou krijgen. Het was hem helemaal duidelijk, zei hij.

Hij had ze allemaal weggegeven. Ik was sprakeloos.

Ik moest die dag tot 21:00u werken en zou hem dus pas de volgende dag weer zien. ‘s Avonds hoorde ik van mijn vriend dat mijn zoon zonder Pokemon kaarten thuis was gekomen. Hij had ze allemaal weggegeven. Ik was sprakeloos. Gelukkig vond mijn zoon het prima, die middag in ieder geval.
De volgende ochtend vroeg ik hem ernaar. Hij vertelde dat hij wel wat kaarten had geruild, maar ook die kaarten had weggegeven. Het moment waarop hij doorhad dat hij al zijn kaarten kwijt was, barstte hij in tranen uit. Het besef dat hij de kaarten niet alleen had weggegeven, maar ook echt niet meer terugkreeg kwam hard aan.

Achteraf bleek dat hij de kaarten voor een groot deel aan oudere kinderen had weggegeven. Ik was er natuurlijk niet bij, dus hoe ze het precies hebben gevraagd weet ik natuurlijk niet. Hij gaf zelf aan dat ze het hem gevraagd hebben en hij het ze dus gegeven heeft. Mijn zoon kennende heeft hij geen nee willen zeggen op hun vraag, om zo hun ‘vriendschap’ niet kwijt te raken. Naast troost bieden heb ik hem toen ook gelijk aangegeven dat als anderen vragen om iets van hem en hij daar geen goed gevoel bij heeft, ‘nee’ ook een antwoord is. Grappig genoeg kwam ik niet lang daarna het boek NEE tegen in de verkoopbak bij de bieb. Die kon mooi gebruikt worden als extra handvat.

De dag na het weggeven van de kaarten heb ik het ook aangegeven bij zijn juf. Veel kinderen komen met ontzettend veel kaarten naar school en als oudere kinderen dat aangrijpen om hun eigen verzameling uit te breiden, dan moet dit bij school zelf ook bekend gemaakt worden natuurlijk. Met mijn zoon is nu de afspraak dat hij hooguit 1 kaart mee naar school mag nemen om te ruilen. De rest van de verzameling blijft gewoon thuis.

Hoe gaat het met de Pokemon-verzamelingen bij jullie kinderen op school?

Het bericht Van ruilen komt huilen verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/meegemaakt/van-ruilen-komt-huilen/feed/ 0
Sociale uitsluiting op de gang https://liefdevol-opgroeien.nl/ontwikkeling/sociale-uitsluiting-op-gang/ https://liefdevol-opgroeien.nl/ontwikkeling/sociale-uitsluiting-op-gang/#comments Wed, 28 Dec 2016 10:11:47 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=3044 We komen het in veel gebouwen tegen. Functioneel gezien is het een plek om doorheen te lopen, eventueel spullen in op te slaan. Zo nu en dan zetten we er een mens neer. De gang.

Het bericht Sociale uitsluiting op de gang verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

We komen het in veel gebouwen tegen. Functioneel gezien is het een plek om doorheen te lopen, eventueel spullen in op te slaan. Zo nu en dan zetten we er een mens neer. De gang.

Het zijn meestal dezelfde kinderen die er terug te vinden zijn, voor uiteenlopende redenen. De daadwerkelijke oorzaak is in alle gevallen hetzelfde: de opvoeder / leraar kon niet omgaan met het gedrag dat vertoond werd. Om van het gevoel van onmacht af te komen, wordt er gekozen voor de ‘makkelijke weg’: de oorzaak van dat gevoel elimineren uit de omgeving. De gang wordt naast doorgang en opslagruimte een strafplek.

De rest van de klas (of het gezin, ‘de gang’ wordt in huiselijke sfeer ook ingezet) kan verder gaan waar ze gebleven waren. Alsof er niks is gebeurt. De persoon die buiten de groep is geplaatst daarentegen kan dat niet.

Tijdelijke oplossing

Een ‘probleem’ wegschuiven, uit het zicht halen wekt de illusie dat het is opgelost. Voor de groep is ‘het probleem’ inderdaad even weg. In werkelijkheid is het uitstel van het daadwerkelijk afhandelen. Omdat mensen die als ‘probleem’ zijn gelabeld steeds sneller als probleem worden aangemerkt, terwijl de daadwerkelijke afrekening met dat wat er achter ligt verder voor ons uit wordt geschoven. Het sneller reageren komt doordat onze tolerantiegrens steeds lager wordt. Zin in een experimentje?

Prik je partner eens hard in de zij. Grote kans dat zhij dit niet leuk vind. Maar, omdat je zoiets normaal niet doet wordt je redelijk gauw vergeven. Doe dit nog eens en je partner zal al een stuk minder vergevingsgezind zijn. Blijf het herhalen en je zult redelijk snel merken dat alleen wijzen of te dicht in de buurt komen al een snauw op zal gaan leveren.

De kracht van anticiperen

Hoe dit komt? Het is de kracht van anticipatie. Eenzelfde reactie als de honden van Pavlov 1 waarmee de pavlovreactie zo bekend is geworden. Laat een belletje rinkelen en geef de hond iets lekkers. Algauw zal het geluid worden geassocieerd met iets lekkers, de lichamelijke reactie op de bel is dan zonder het lekkers hetzelfde als met het lekkers.

Zo’n zelfde reactie hebben we op negatief gedrag. Als je het experimentje inderdaad hebt uitgevoerd zul je dit hebben gemerkt. Uiteindelijk wordt de uitgestoken vinger of zelfs je nabijheid geassocieerd met het prikken.

Bij een relatie tussen opvoeder en kind werkt dit aan beide kanten. Aan de ene kant de opvoeder die steeds sneller gedrag en lichaamstaal van het kind als problematisch zal aanmerken. Aan de andere kant het kind die steeds meer zaken op zichzelf zal betrekken, ook als reacties van de opvoeder niet naar of aan het kind gericht zijn. Er wordt een vicieuze cirkel gecreëerd.

Je hebt een voorbeeldpositie

Opvoeders zijn uiteraard ook mensen en ook zij kunnen minder handig reageren in bepaalde situaties. Dit is echter geen excuus om zulke situaties door te laten lopen. Zeker wanneer het professionele opvoeders betreft zoals juffen en meesters. Zij hebben namelijk meer levenservaring dan kinderen, zouden moeten beschikken over een beter relativeringsvermogen. Daarnaast is hun verantwoordelijkheid over de algehele situatie groter door de machtspositie die ze bekleden. With great power comes great responsibility.

Alle opvoeders hebben een voorbeeldpositie, of ze dit zich beseffen of niet. Kinderen zien de volwassenen als leiders, willen graag net zo zijn als hen. Willen graag lief gevonden worden door ze. Wanneer iemand in zo’n voorbeeldpositie een ander wegstuurt vanwege het niet gedragen volgens een bepaald verwachtingspatroon, wordt de indruk gewekt dat dit oké is. Je er alleen ‘bij hoort’ als je wel aan dat verwachtingspatroon voldoet. Het laat zien dat anderen je er niet bij willen hebben als je niet precies doet wat er van je verwacht wordt.

Klinkt dat erg overdreven? Het is het helaas niet. De manier waarop we ons gedragen, zeker hoe kinderen zich gedragen is aangeleerd. Naarmate je ouder wordt,  ontwikkel je het vermogen om te relativeren, te reflecteren. De beste manier om dit te ontwikkelen is als je begeleid wordt. Dat de mensen in een voorbeeldpositie je bij de hand durven nemen, je gedrag en gevoelens met je bespreken. We leren immers het best van mensen die de kennis al hebben of tenminste bereid zijn samen met ons de kennis op te doen. Zodra we dat belangrijke proces negeren en ongewenst gedrag afstraffen door het kind buiten de groep te plaatsen, zien we het niet langer voor wat het is: een symptoom.

Kans op pesten wordt vergroot

We willen er allemaal graag bij horen, het gevoel onderdeel te zijn van onze omgeving. Te midden zijn van mensen die het beste met ons voor hebben, ons lief hebben. Daar buiten geplaatst worden zonder begeleiding, alleen gelaten met je gedachten is een vreselijke straf. Het ondermijnt zelfvertrouwen, hoe goed bedoeld het wegsturen ook is.

Naast dat het een impact heeft op de opvoeder en het kind, laat het wegsturen ook een indruk achter op de rest van de aanwezigen. Het laat zien dat wegsturen een middel is dat ingezet kan worden als iemand iets doet dat ons niet aanstaat. Uiteraard zijn er situaties waarin dit zeker het geval is, die nuance leren kinderen er echter niet bij. Het ene moment spreken we ze aan als ze een klasgenoot actief negeren of buitensluiten op de speelplaats, het andere moment wordt een (datzelfde?) klasgenoot de gang op gestuurd voor het verstoren van de les.

Uit het oog, uit het hart?

Een ‘probleem’ negeren of wegsturen is een schijnoplossing. Op de lange termijn maakt het dat wat er gaande is juist groter. Op de korte termijn doet het niks, het schuift het probleem op. Het zal de schijn opwekken dat er voor dat moment iets is gedaan. Je hebt niet ‘over je heen laten lopen‘ en dat kan – zeker in onze huidige maatschappij – een gevoel van victorie opwekken. Je aandeel in het geheel is echter een stuk minder positief. Terwijl je verder gaat met waar je mee bezig was, zit dat ene persoontje geïsoleerd van de groep het gevoel te hebben niet geliefd te zijn. Boos te zijn op zichzelf, dat het (weer) verkeerd is gegaan. Boos te zijn op anderen. Nadenken over wat er is gebeurd? Absoluut. Maar niet op de reflecterende manier waarop we denken dat zo’n afzondering teweeg brengt. We hebben namelijk actieve begeleiding nodig om niet vast te komen in zelfdestructieve gedachten.

Bestaan er dan helemaal geen mensen die afzondering nodig hebben? Natuurlijk wel. Net als dat er mensen zijn die juist door drukte om zich heen tot rust komen. Het verschil in zelf die afzondering opzoeken en ertoe gedwongen worden is echter ontzettend groot. Niemand doet graag dingen onder dwang. Afzondering, tijd met alleen je eigen gedachten kan door dwang een negatieve associatie krijgen terwijl het tegelijkertijd iets ontzettend krachtigs kan zijn. Mits je er zelf voor kiest.

Behavioristische samenleving

Het de gang op sturen op zichzelf is ook een symptoom. Een klein onderdeel van een samenleving die graag doet alsof het leven maakbaar is. Een behavioristische instelling waarin ongewenst gedrag als een slechte eigen keuze gezien wordt. Een gedachtegang die meestal alleen geldt voor anderen. Eigen ongewenst gedrag wordt linksom of rechtsom goed gepraat. Zolang een ander het maar niet doet. Hierdoor wordt het uitsluiten des te meer bizar. Een ander straffen voor gedrag waar we onszelf niets voor verwijten.

Children don’t just need to be loved; they need to know that nothing they do will change the fact that they’re loved. They require reassurance that their “lovability” isn’t in question, which is another way of talking about self-esteem.

~ Alfie Kohn, The Myth of the Spoiled Child

Het bericht Sociale uitsluiting op de gang verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/ontwikkeling/sociale-uitsluiting-op-gang/feed/ 2
Seks zonder toestemming bestaat niet https://liefdevol-opgroeien.nl/onderzoek/seks-zonder-toestemming-is-verkrachting/ https://liefdevol-opgroeien.nl/onderzoek/seks-zonder-toestemming-is-verkrachting/#respond Mon, 28 Nov 2016 20:37:14 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=2954 De Europese Commissie heeft onderzoek gedaan naar hoe mensen in Europa denken over geslachtsgemeenschap zonder toestemming. Ofwel: "seks zonder toestemming, hoe denken we daar over?" Uit de uitkomst zou blijken dat zo'n 25% van de Europeanen van mening is dat dit in sommige gevallen (bijvoorbeeld wanneer er sprake is van alcohol en/of drugs) wel mag.

Het bericht Seks zonder toestemming bestaat niet verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

De Europese Commissie heeft onderzoek gedaan naar hoe mensen in Europa denken over geslachtsgemeenschap zonder toestemming. Ofwel: “seks zonder toestemming, hoe denken we daar over?” Uit de uitkomst zou blijken dat zo’n 25% van de Europeanen van mening is dat dit in sommige gevallen (bijvoorbeeld wanneer er sprake is van alcohol en/of drugs) wel mag 1.

Wanneer je ‘s avonds thuis komt, kom je erachter dat er mensen in je huis zijn geweest (ze hebben spullen meegenomen), zonder dat jij hiervan op de hoogte was. Wanneer is dit volgens jou geen inbraak/diefstal?

  • Ik heb de deur bij het weggaan open laten staan.
  • Ik heb de deur wel dichtgedaan, maar de sleutels wel in het slot laten zitten.
  • De deur was dicht, ik had mijn sleutels mee.

Bij de eerste twee mogelijkheden zul je waarschijnlijk problemen krijgen met de verzekering. Je had de boel gewoon dicht en op slot moeten doen. Maar betekent zo’n fout echt hetzelfde als “kom maar lekker binnen en doe alsof je thuis bent, pak wat je hebben wil?” Natuurlijk niet. Niet-bewoners weten dondersgoed dat ze niet op jouw adres wonen en dat ze dus met hun vingers van de spullen in jouw woning af behoren te blijven. Tenzij je mensen in jouw huis hebt begeleid en hebt aangegeven dat ze de betreffende spullen rustig mee konden nemen is er sprake van diefstal.

Als je nog nooit hebt meegemaakt dat een onbekend persoon bij jou in je huis is gekomen en al dan niet spullen heeft meegenomen, zul je niet volledig kunnen bevatten hoe invasief zo’n gebeurtenis is. Als buitenstaander klinkt het niet zo erg. Tja, er heeft iemand spullen van je meegenomen. Jammer, maar die zijn vervangbaar. Maar dat is puur het fysieke deel, het is tastbaar. Er komt echter ook een psychologisch deel bij kijken. Iemand is in je huis geweest. Je hebt wel een beetje een idee van wat er allemaal meegenomen is, maar je weet niet wat die persoon precies allemaal heeft gedaan. Daarnaast voel je je onveilig in je eigen huis. Er is al eens iemand binnen geweest zonder toestemming. Het zou maar zo weer kunnen gebeuren.

Zou het echt uitmaken of de deur wagenwijd open stond, dicht was met de sleutels erin of helemaal dicht? Voor de psychische reactie op de inbraak van jouw woning, de diefstal van je spullen?

Seks zonder toestemming?

De vraagstelling van de Europese Commissie bij een van de vragen was als volgt: “Sommige mensen vinden dat geslachtsgemeenschap zonder toestemming in bepaalde situaties gerechtvaardigd kan worden. Denkt u dat dit op de onderstaande omstandigheden van toepassing is?” Er wordt dus gesproken over geslachtsgemeenschap. Een gegeneraliseerde term die in het dagelijks leven door weinig mensen wordt gebruikt. Dus heeft de media het van ‘geslachtsgemeenschap zonder toestemming’ naar ‘seks zonder toestemming’ omgedoopt. Seks is namelijk een woord dat gelijk de aandacht trekt en ook sneller begrepen wordt.

Aan de ene kant is het een begrijpelijke verwisseling, maar tegelijkertijd is het problematisch. De combinatie van de woorden geeft de indruk alsof er twee verschillende soorten seks zijn: seks met toestemming en seks zonder toestemming. Dat is alsof je zegt dat je visite met en zonder toestemming hebt. Visite zonder toestemming = inbraak. Seks zonder toestemming = verkrachting.

Lichamelijke integriteit is een basisrecht

Een van de belangrijkste lessen die we onze kinderen kunnen leren, is dat hun lijf allen van henzelf is. Uiteraard zijn er medische uitzonderingen waarbij wij als ouder het besluit in moeten nemen, maar bij andere situaties zou het kind het laatste woord moeten hebben. Heeft het geen zin in de knuffel van oma, kus van tante, gestoei met broer, gekietel door buurjongen? Voordat het begint moet er toestemming zijn. Wordt die toestemming later weer ingenomen? Dan moet ook dat gehonoreerd worden.
Andersom moeten we dat naar kinderen (en anderen) ook van ons uit duidelijk laten weten. Hebben we geen zin in de 100 kusjes op dat moment? Geef het aan. Ga niet met negatieve energie er alsnog in mee, omdat het toch ook wel schattig is. Ook die keer is een voorbeeld wat onderdeel wordt van ‘het normale’.

When my child says no to being touched – he’s not being rude. She does not have to hug you to avoid hurting your feelings. They’re not disobedient. In fact they’re doing just what I taught them to do – value their body autonomy over the demands or feelings of others.

~ Adrianne Simeone, The Mama Bear Effect

Het bericht Seks zonder toestemming bestaat niet verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/onderzoek/seks-zonder-toestemming-is-verkrachting/feed/ 0
Sinterklaas in het land, Blackface op school https://liefdevol-opgroeien.nl/feest/sinterklaas-in-het-land-blackface-op-school/ https://liefdevol-opgroeien.nl/feest/sinterklaas-in-het-land-blackface-op-school/#comments Mon, 21 Nov 2016 20:11:03 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=2839 Hoewel er vaak geroepen wordt dat het 'maar een kinderfeest' is, zijn het toch de volwassenen die er het meest mee bezig zijn: Sint en zijn Pieten.

Het bericht Sinterklaas in het land, Blackface op school verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

De afgelopen jaren is het ieder jaar weer een gevoelig discussiepunt: het al dan niet behouden van zwarte Piet. Hoewel er vaak geroepen wordt dat het ‘maar een kinderfeest’ is, zijn het toch de volwassenen die er het meest mee bezig zijn.


Stel je woont nu 15 jaar naast je buren. De eerste jaren waren jullie je van geen kwaad bewust, tot jij er na 8 jaar ineens achterkomt dat de scheidingslijn van jullie tuin niet zit waar het kadaster dat heeft aangegeven. Je weet dus ineens dat de scheidingslijn (schutting) ten nadele van jou is geplaatst. Na wat nadenkwerk beslis je het onderwerp aan te snijden bij de buren. Een deel van de grond wat de buren gebruiken is immers eigenlijk onderdeel van jouw tuin.

Je brengt het nieuws voorzichtig. De buren geven aan zich van geen kwaad bewust te zijn. Zij hebben de grootte van de tuin van de vorige bewoners overgenomen en de tuin is er op ingericht. Ze zijn ook wel benieuwd waarom je er nu ineens mee komt. Al die jaren ervoor had je er toch ook geen problemen mee? Ze kunnen zich zelfs nog een gesprek met jou voor de geest halen waarin je aangeeft zo blij te zijn met hoe je tuin is.
Om ze een beetje aan het idee te laten wennen laat je het er voorlopig bij zitten. Uiteindelijk knoop je het onderwerp nog eens aan. De reactie is nu wat heftiger dan de vorige keer. Zij waren onder de indruk dat het allemaal al afgehandeld was en ze zijn niet van mening verandert. Het komt er dus op neer dat ze de scheidingslijn niet aan willen passen. Ze zijn zo gewend aan hoe de tuin nu is ingericht en de scheidingslijn aanpassen zou betekenen dat de hele tuin aangepast moet worden. Het zou ook hun lievelingshoekje helemaal overhoop halen en daar hebben ze zulke fijne herinneringen aan. Dat willen ze echt niet kwijt.

Een aantal jaren later is de relatie tussen jou en je buren dermate verandert, dat er alleen met een hoop frustratie en woede gecommuniceerd kan worden. Hoe harder je buren roepen dat ze het niet aan willen passen, hoe harder jij roept dat je het wel aangepast wil hebben. Het is immers jouw grond en dus ook jouw recht om daarover te beschikken. Ondertussen ben je 15 jaar buren en weet je dat ze gemiddeld om de 4 jaar de tuin gedeeltelijk aanpassen. Is het dan echt zo lastig om hun lievelingshoekje een klein beetje op te schuiven, zodat jij kan krijgen waar je recht op hebt? Je buren zijn blijkbaar van mening dat dit inderdaad het geval is. Het feit dat ze de tuin regelmatig (deels) veranderen is voor hun hier waarschijnlijk niet aan gelinkt. Dat wat vooral blijft hangen is dat ze iets moeten inleveren, aanpassen wat ze al die tijd hebben gekend.


Hoewel een scheidingslijn van een tuin natuurlijk niet hetzelfde is als Blackface in een kinderfeest maakt het misschien wel een beetje duidelijk waarom het geheel ieder jaar meer lijkt te escaleren. Mensen die geen aanpassingen willen voelen zich persoonlijk aangevallen. Alsof er met een vinger wordt gewezen en geroepen: “jij bent een racist!” Terwijl ze zichzelf totaal niet kunnen rijmen met het beeld dat ze van een racist (neonazi) hebben. Daarnaast willen ze de herinneringen die zij hebben bij Sinterklaasfeesten van vroeger graag ook overbrengen op hun kinderen.

In haar boek Banished Knowledge, Facing Childhood Injuries beschrijft Alice Miller een Sinterklaasbijeenkomst waar ze toevallig bij aanwezig is. Ze omschrijft hoe de aanwezige ouders enthousiast meedoen aan het spel en tegelijkertijd de angst en schaamte in hun kinderen missen. Angst en schaamte waar de ouders bij de vieringen in hun kindertijd waarschijnlijk ook mee te maken hebben gehad. Gevoelens die mettertijd zijn weggestopt en vervangen door het enthousiasme dat hun ouders lieten zien tijdens de vieringen. Allemaal met de achterliggende gedachte: “mijn ouders hadden het beste met me voor.”
Natuurlijk bestaan er ook daadwerkelijk fijne herinneringen aan het Sinterklaasfeest. Gelukkig wel. Maar is het echt noodzakelijk dat de herinneringen precies hetzelfde ingevuld worden als hoe het bij ons ging destijds? Als daarop het antwoord ja is, zouden we dan ook terug in de tijd moeten gaan, omdat onze belevenis van het Sinterklaasfeest, de invulling die er bij ons aan gegeven werd ook afwijkt van hoe het bij onze ouders ging?

Swastika-feest?

Zet ergens een Swastika (hakenkruis) 1 neer en mensen zijn in rep en roer. Logisch, het doet ons allemaal denken aan de Tweede Wereldoorlog, neonazi’s. Dat is echter niet het enige waar de Swastika voor staat. Het is het meest heilige symbool in het hindoeïsme en jaïnisme en is in de geschiedenis op diverse plekken teruggevonden. De meest bekende associatie is echter die met WWII.
Waar zou dat door komen? Is het omdat het symbool eerst een voornamelijk positieve associatie had, maar die is overschreven door iets negatiefs? Doordat we nog persoonlijk verbonden zijn aan mensen uit WWII en de generatie daarna? Of is het omdat het symbool ons vooral wijst op ‘de slechteriken’ en we ons niet verbonden voelen met ‘dat soort mensen’?

Wat ik hier vooral frappant aan vind, is dat Blackface 2 het tegenovergestelde is. Het is een karikatuur die rond 1830 voor het eerst gebruikt werd. Blanke mensen speelden met theatermake-up dat ze een negroïde persoon waren. In die karikatuur werden negroïde personen als dom en lomp neergezet. Negroïde vrouwen daarnaast als enorm seksueel. Later werd diezelfde karikatuur doorgezet in strips, tekenfilms. Hoe vaker je een beeld bevestigd ziet, hoe meer dat beeld als waar wordt aangezien. Mensen zagen dus geen karikatuur, een overdreven (en onjuiste) weergave van negroïde mensen.
In dezelfde periode dat Blackface werd geïntroduceerd, kreeg Sinterklaas een knecht 3. Hoewel in de folklore voor die introductie ook een soort tegenpersoon (boeman) rondom Sinterklaas bekend was, is deze niet te vergelijken met de knecht die door Jan Schenkman werd geïntroduceerd. De reden van de introductie? “In het Amsterdam van die tijd duidelijk een voedingsbodem om het sinterklaasfeest te veranderen,” aldus onderzoeker John Helsloot. Een kleine eeuw later (na de Tweede Wereldoorlog) wordt een lading Pieten geïntroduceerd bij de intocht in Amsterdam. Sindsdien is het heel normaal dat er meerdere Pieten aanwezig zijn bij Sinterklaas.

In de afgelopen 150+ jaar is er behoorlijk wat verandert aan het Sinterklaasfeest. In plaats van een duistere tegenspeler (voor 1850) kreeg Sinterklaas een knecht. Het boeman-element dat de donkere tegenspeler voor de introductie van Zwarte Piet had, werd daarna toegeschreven aan Zwarte Piet. Sinterklaas was de wijze oude man, de Piet(en) zijn knecht die aan de ene kant de kinderen angst aan moest jagen om gehoorzaamheid af te dwingen. Aan de andere kant was Piet ook de persoon die de kinderen suikergoed aanbood.

Zwarte Piet = Blackface

Hoewel Piet later, toen Europeanen meer vertrouwd raakten met Afrikanen, zich tot meer een assistent van Sinterklaas ontwikkelde, was hij daarvoor een knecht die alleen een brabbeltaaltje sprak 4. Het kroeshaar werd vervangen door krullen, op veel plekken werden de oorbellen weggelaten. Deze veranderingen zijn ruim na de eerste helft van de 20e eeuw ingezet.

Tussen de zwarte Pieten zien we ook regelmatig bruine Pieten. Hoewel het geen vervanging is van zwarte Piet, is het wel bijzonder dat deze wijziging aan het uiterlijk van Piet zonder protesten van mensen – die zwarte Piet willen behouden ‘zoals deze is’ – wordt geaccepteerd. Het maakt de gelijkenis met een karikatuur van een negroïde persoon (Blackface) ook niet minder. 

Hoewel de rol van Piet (van knecht tot assistent) enorm is verandert, zijn (haar) uiterlijk is dat niet. Aan de ene kant is dat niet vreemd, Piet wordt immers ‘liefkozend’ Zwarte Piet genoemd. Een Zwarte Piet ineens rood, groen, paars of met roetvegen maken kan niet. Dan is het geen Zwarte Piet meer. Zodra we het zwarte echter als puur omschrijvend maken, ze aan gaan duiden als Pieten is er veel meer mogelijk. Een Piet kan er op allerlei manieren uitzien.

Hoewel het uiterlijk kleine veranderingen heeft doorstaan, is het meest opvallende nog steeds hetzelfde: roetzwarte huid (wat iets anders is dan een huid dat zwart is geworden van roet) en opvallend rode lippen. Deze twee elementen zijn de sterkste herkenningspunten van Blackface.

Daar zit ook gelijk de crux: toegeven dat Zwarte Piet gelijk staat aan Blackface houdt in dat we tevens toe moeten geven dat we blind zijn voor de aangeleerde racisme van alledag. De mogelijkheid om racist te zijn, terwijl we dat zelf niet doorhebben. We linken racist (en racisme) namelijk meer aan de neonazi: jezelf verhevenen boven een ander op een manier die duidelijk afwijkt van dat wat normaal is. Het probleem daaraan is echter dat racisme in de meeste gevallen verborgen lijkt te zijn. Ik zeg expres lijkt, omdat het steeds duidelijker wordt wanneer je je bewust bent van de slinksheid van alledaags racisme.

Overeenkomsten tussen racisme en seksisme

Neem seksisme bijvoorbeeld. Het verhevenen van de man boven de vrouw. De vrouw als het zwakkere geslacht, vooral bestaand om plezier te geven aan de man. Er wordt aan allerlei kanten geroepen dat dit tegenwoordig echt niet meer zo is, of dat mannen net zo goed als minder worden neergezet tegenwoordig. Hoewel dat laatste deels klopt, zijn het nog steeds de vrouwen die het onderspit delven.

Aangezien Donald Trump als winnaar uit de Electoral College is gekomen in de USA en dus met een maand of twee zal intrekken in het Witte Huis, lijkt het me duidelijk dat seksisme (en seksuele intimidatie) nog steeds niet altijd herkend wordt, ook niet door slachtoffers ervan. Bij rijke blanke mannen wordt een hoop goedgepraat, “hij bedoelt het niet zo.” Terwijl de slachtoffers de schuld wordt aangepraat (“had je maar niet zoveel moeten drinken” of “doe dan ook niet zo’n kort rokje aan”). Uit zelfbescherming leren vrouwen (meisjes) algauw een hoop ‘kleine dingen’ te negeren. Omdat ze niet geloofd worden, er ‘veel ergere dingen’ hadden kunnen gebeuren. Omdat ze er uiteindelijk gewoon blind voor zijn en er daarna wellicht ook aan mee gaan doen.

Cultuur hoort zich niet aan te passen aan traditie,
traditie zou zich aan moeten passen aan cultuur.

Zo werkt het voor een deel ook met racisme. Slachtoffers van racisme herkennen op een gegeven moment niet meer dat ze slachtoffer zijn. Ze beginnen de woorden van niet-slachtoffers over te nemen. Gaan zelf racistische grapjes (over zichzelf) maken.

Horen van blanke mensen dat Zwarte Piet geen Blackface is, is vergelijkbaar met mannen die zeggen dat vrouwen geen slachtoffer zijn van seksisme. Dat een deel van de vrouwen aangeeft dat seksisme onzin is verandert niks aan de ervaringen van al die andere vrouwen. Dat geldt net zozeer voor het Sinterklaasfeest: dat er negroïde mensen zijn die zeggen dat Zwarte Piet niet gelinkt zou zijn aan racisme doet niks af aan het feit dat Zwarte Piet een Blackface uiting is.

De roetveegpiet is een mooie ontwikkeling richting een Sinterklaasfeest dat door iedereen gevierd kan worden, zonder een verwijzing naar een geschiedenis waar niemand trots op is. Aangezien het Sinterklaasfeest in de afgelopen eeuwen reeds behoorlijk wat aanpassingen heeft gekend, zal het ook deze veranderingen wel overleven. Tradities zijn er niet om onaangepast tot in de eeuwigheid door te lopen. Cultuur hoort zich niet aan te passen aan traditie, traditie zou zich aan moeten passen aan cultuur.

Waarom komen ‘ze’ er nu pas mee en moet het echt op deze manier?

Hoewel de discussie over het uiterlijk van Piet iets van de laatste jaren lijkt, is het al veel langer gaande. In 1987 maakte Gerda Havertong al een statement in een aflevering van Sinterklaas (zie filmpje). Decennia daarvoor, in 1930, publiceerde De Groene Amsterdammer een brief van Herman Salomonson, onder de pseudoniem Melis Stoke 5. De duur van deze discussie is dus eerder het tienvoudige van wat veel mensen denken. Het agressievere deel rondom het Sinterklaasfeest is wel meer van de laatste jaren.

– Artikel gaat verder na het filmpje –

Het is natuurlijk makkelijk om te zeggen hoe iemand iets níet moet doen. Zeker als de kennis over de daadwerkelijke achtergrond niet aanwezig is. Daarnaast helpt de weergave in de media niet mee. Protesten door mensen die graag willen dat Piet verandert zijn vreedzaam en stil. Hooguit aan de teksten op de kleding kun je zien dat er geprotesteerd wordt. De manier waarop deze protestanten worden behandeld door de politie is echter een stuk minder vreedzaam 6.

All it means when people say “you’re speaking from a place of privilege” is that you’re likely to underestimate how bad the problem is by default because you are never personally exposed to that problem. It is not a moral judgement of how difficult your life is.

~ noctis-nova

Ik zou het niet waarderen als er in Nederland een kinderfeest zou zijn waarin Swastika’s waren verwerkt. Daarom zie ik graag dat feestversieringen – en uiteraard de Pieten zelf – worden aangepast. Dergelijke symboliek hoort, gezien de connectie, geen plek te hebben in een kinderfeest. Niet omdat kinderen afgeschermd moeten worden, maar omdat wij het goede voorbeeld horen te geven.

Hoe is de Sinterklaasversiering op de school van jouw kind(eren) dit jaar?



Het bericht Sinterklaas in het land, Blackface op school verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/feest/sinterklaas-in-het-land-blackface-op-school/feed/ 5 Sinterklaas in het land, Blackface op school - Liefdevol Opgroeien [Longread] Hoewel vaak geroepen wordt dat het 'maar een kinderfeest' is, zijn het toch de volwassenen die er het meest mee bezig zijn: Sint en zijn Pieten. blackface,racisme,Blackface
Sinterklaas: geheim of niet? https://liefdevol-opgroeien.nl/feest/sinterklaas-geheim-of-niet/ https://liefdevol-opgroeien.nl/feest/sinterklaas-geheim-of-niet/#respond Fri, 18 Nov 2016 17:18:20 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=2902 Het is onvermijdelijk. Als ouder kom je op een gegeven moment in aanraking met het fenomeen 'Sinterklaas'. Ieder jaar is er dan de vraag "houden we het nog geheim?"Kunnen beide mogelijkheden worden gecombineerd? Geen geheimen, maar wel magie?

Het bericht Sinterklaas: geheim of niet? verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

Het is onvermijdelijk. Als ouder kom je op een gegeven moment in aanraking met het fenomeen ‘Sinterklaas’. Ieder jaar is er dan de vraag “houden we het nog geheim?”Kunnen beide mogelijkheden worden gecombineerd? Geen geheimen, maar wel magie?

Dit jaar maakt mijn zoon voor de vierde keer bewust het Sinterklaasfeest mee (hij wordt 7). Vanaf het begin zijn z’n vader en ik eerlijk geweest in waar de kado’s vandaan komen. Dat het om een Sinterklaasperiode gaat, waarin we doen alsof de kadootjes van Sint en Piet afkomstig zijn. De reden hiervoor? Ik heb in het verleden zelf Zwarte Piet gespeeld voor de basisschool van de neef en nicht van mijn ex-man. Bij een van de bezoeken was er een beetje van mijn blonde haar te zien, doordat de pruik niet goed zat (maar er was geen betere). We hebben een verhaal verzonnen waar beide kinderen tevreden mee leken te zijn, de ouders daarentegen niet. Er werd een klacht ingediend.
Die ervaring, het verzinnen van verhaaltjes, het voelde (en voelt) voor mij als liegen. Ik wil graag een relatie met mijn zoon opbouwen waarin liegen (zeker om grote dingen) geen plek heeft. Aangezien zijn vader en ik daarin dé personen zijn om het goede voorbeeld te geven, was er bij ons eigenlijk geen sprake van ‘hoe gaan we dat doen?’

Vorige week heb ik het er nog weer met m’n zoon over gehad. Ik heb hem gevraagd of hij nog wist wat we de voorgaande jaren besproken hadden. En ja hoor, het was ‘m allemaal nog bekend. Ook het ‘veel kinderen weten niet dat het net-alsof is’ kon hij nog terughalen. Ook in huis handig, aangezien zijn bonuszus en -broertje ‘het geheim’ nog niet kennen.
Aan juf ook gelijk doorgegeven dat hij op de hoogte is en als hij het toch vertellen wil / erover wil praten hij dan wellicht bij hun komt. In de kleuterklassen hadden we hem ook aangegeven dat als hij het dan tóch wilde vertellen (het is immers een kind met een groot rechtvaardigheidsgevoel, als iets niet klopt dan móet dat genoemd worden), dat hij het dan bij de juf in kon fluisteren. De enige keer dat hij hardop iets aangaf (ik meen in groep 1), was toen twee vrouwen uit het kamertje tegenover zijn klaslokaal als Pieten tevoorschijn kwamen terwijl hij ze daarvoor zonder schminck en Pietenkleding daar in had zien gaan. Wat door een van de kinderen werd tegengesproken en genegeerd door de andere kinderen.

Ondertussen doet hij – net als voorgaande jaren – graag alsof het wel echt is. Een afgebakend fantasiespel, waar hij zelf in kan bepalen welke elementen hij als ‘echt’ beschouwd en de zaken die hij eng vind af kan doen als ‘het is toch niet echt.’ Dat geen geheimen, wel magie lijkt dus prima samen te kunnen 🙂


Het bericht Sinterklaas: geheim of niet? verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/feest/sinterklaas-geheim-of-niet/feed/ 0
Muzikale opvoeding https://liefdevol-opgroeien.nl/meegemaakt/muzikale-opvoeding/ https://liefdevol-opgroeien.nl/meegemaakt/muzikale-opvoeding/#comments Wed, 16 Nov 2016 19:20:46 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=2826 Muziek. Een combinatie van klanken en een hoop emotie. Voor mij is het altijd een uitlaatklep geweest. Op emotioneel én creatief vlak. Het lijkt erop dat ik beide doorgeef aan mijn zoon. YES!

Het bericht Muzikale opvoeding verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

Muziek. Een combinatie van klanken en een hoop emotie. Voor mij is het altijd een uitlaatklep geweest. Op emotioneel én creatief vlak. Het lijkt erop dat ik beide doorgeef aan mijn zoon. YES!

Ik had een cassetterecorder op mijn slaapkamer. In bed lag ik zelf liedjes te bedenken en dat zong ik dan in op een cassette. Wanneer ik de mogelijkheid had, zong ik. Als klein kind luidkeels samen met mijn moeder op de fiets. Later ook in de winkel, met de radio mee. En ook in het schoolkoor.

Het begon bij de ‘lage stemmen’ (dat was de scheiding die we maakten: je kon hoog of laag zingen). Ik hoopte eigenlijk dat ik bij de ‘hoge stemmen’ zou horen. Dat was wat ik graag wilde kunnen. Uiteindelijk zou ik daar ook komen. Met een ‘felbegeerd’ optreden in de kerk. Ik kan me niet herinneren hoe het lied heette, weet alleen nog dat ik de ‘hoge’ stem moest doen en een klasgenootje de ‘lage’ stem. Doodeng vond ik het, maar tegelijkertijd een geweldige ervaring.

Na de basisschool was het gedaan met koor. Stoppen met zingen deed ik echter niet. Ik zong nog steeds wanneer het maar kon en begon later ook zelf liedjes te schrijven. Geen wereldverbeterende songteksten, maar het was een uitlaatklep in periodes waarin ik die kon gebruiken.

Op een gegeven moment raakte ik mijn stem een beetje kwijt. Aan de ene kant door het roken, aan de andere kant door onzekerheid. Niet durven op te vallen.

Langzaam maar zeker kwam die creativiteit weer terug na de geboorte van mijn zoon. Ik begon weer liedjes te bedenken. Om herinneringen te planten, dagelijkse dingetjes net wat leuker te maken en een naar-bed-gaan-ritueel op te starten. Het eerste liedje was een slaapliedje. In het begin was het wat gek om het te zingen, omdat het nog niet bestond. Tot ik het al zovaak gezongen had, dat het er gewoon bij hoorde. Vanavond zong ik ‘m weer. Tegenwoordig doe ik het echter niet alleen, mijn zoon zingt heerlijk mee.

Dag, mooie dag.
Weer een dag voorbij.
Het was weer leuk.
Voor jou en voor mij.
Morgen is er weer een nieuwe dag.
Met heel veel plezier en heel veel gelach.

In de afgelopen zes+ jaar heb ik gezien hoe dat geweldige kind van me met zijn hele zijn genoot van muziek. Er is een filmpje van hem waarop hij helemaal uit zijn dak gaat op een dance-nummer, toen hij een jaar of 1,5-2 was (het eindigde alleen wat naar, doordat hij op een duplo-auto stapte en uitgleed). Later werd het samen kinderliedjes zingen. Ik heb hem zien genieten van echte opera bij Kunst in het Park hier in Enschede. Hij houdt van zingen op school. Geen koor, wel (onder andere) Engelse liedjes tijdens Engelse les.

Het zit ‘m niet in de klassiekers kennen, veel klassieke muziek luisteren of de liedjes op school leren. Ik zie het in hoe hij zijn eigen liedjes bedenkt. Varianten maakt op bestaande liedjes. Hoe hij zich volledig kan verliezen in de klanken, het ritme en emotie van de muziek die hij hoort. De muzikale opvoeding zit bij hem wel goed.

En mijn stem? Die is inmiddels ook weer terug. Ik zing wanneer ik wil. Binnenshuis dan 😉

Het bericht Muzikale opvoeding verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/meegemaakt/muzikale-opvoeding/feed/ 2
Taakspel: symptoombestrijding in het onderwijs https://liefdevol-opgroeien.nl/gedrag/taakspel-symptoombestrijding-in-het-onderwijs/ https://liefdevol-opgroeien.nl/gedrag/taakspel-symptoombestrijding-in-het-onderwijs/#respond Tue, 15 Nov 2016 13:27:33 +0000 https://liefdevol-opgroeien.nl/?p=2847 Gewenst gedrag stimuleren. Dat is waar Taakspel, al dan niet als onderdeel van SWPBS, kan worden ingezet op (onder andere) de basisschool. Klinkt leuk, maar houdt het ook rekening met het kind zelf?

Het bericht Taakspel: symptoombestrijding in het onderwijs verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>

Gewenst gedrag stimuleren. Dat is waar Taakspel 1, al dan niet als onderdeel van SWPBS 2, kan worden ingezet op (onder andere) de basisschool. Klinkt leuk, maar houdt het ook rekening met het kind zelf?

Je leidinggevende wordt gek van alle werknemers die tussendoor opstaan om koffie/thee te pakken, in plaats van dit alleen tijdens de pauzes te doen. Om dit te veranderen wordt er een nieuw systeem geïntroduceerd: UitstelSpel. Bij UitstelSpel worden de volgende regels doorgenomen:

  • Er mag alleen drinken gepakt worden in de pauzes;
  • Er wordt een scorebord opgehangen in de kantine;
  • Het scorebord wordt door de leidinggevende bijgehouden;
  • Per pauze kan er 1 punt per persoon verdiend worden voor het pakken van koffie/thee;
  • Als er aan het einde van de week 30 punten zijn behaald, wordt er eenmalig een extra pauzemoment toegevoegd op een van de dagen in de week erna;
  • Het eiland (groepje) met de meeste punten mag de dag van de week voor het extra pauzemoment uitkiezen.

Wat zou jouw reactie daarop zijn? Zou je ontzettend enthousiast worden van de uitdaging, of je meer afvragen waarom er geen rekening wordt gehouden met de redenen waarom iemand koffie/thee gaat halen? Er is uiteraard het voor de hand liggende: vochtinname. Maar ook het even strekken van de benen, even concentreren op iets anders en socialiseren bij het koffiezetapparaat zijn niet onbelangrijke bijkomstigheden. Het is echter wel het principe dat Taakspel introduceert in de klas (of op het schoolplein, op de bso): ongewenst gedrag wordt aangewezen en er wordt een wedstrijdelement aan toegevoegd om dat ongewenste gedrag te elimineren.

Het doel om minder werknemers naar het koffiezetapparaat te hebben lopen zal door werkgevers niet gauw op deze manier worden toegepast. Voor andere zaken, zoals het halen van targets, is het echter best normaal. In bijvoorbeeld de callcenterwereld is het aan de orde van de dag. Je wordt gepusht om je targets te halen met een incentive (goodie, bonus, reisje) als reden. Je werk daadwerkelijk goed (en met plezier) doen wordt algauw een secundaire ‘bijwerking’. In de klas wordt samenwerking, luisteren naar de juf/meester, plezier hebben in leren gereduceerd tot een strijdelement. Zolang je voldoet aan de targets – welke deze ook zijn – wordt je gewaardeerd, erkend. En dat is uiteindelijk waar het om draait: waardering en erkenning.

Taakspel in onderzoek

Onderzoeken halen aan dat Taakspel werkt 3. Natuurlijk werkt het. Dat doet de beloningsstructuur in de zakenwereld ook. De vraag is echter: wát werkt er precies?

Bij Taakspel (en (SW)PBS in het algemeen) is de beloning erg belangrijk. De spreekwoordelijke wortel die bungelend wordt voor gehouden. De persoon met de beloning in handen heeft de macht. De verantwoordelijkheid van de personen, hun zelfbeschikkingsrecht, die de beloning zouden kunnen krijgen wordt afgepakt. Een echte keuze is er immers niet. In de klas moet je meedoen om de beloning binnen te halen, anders val je buiten de groep. In het bedrijfsleven wordt je geacht mee te doen aan de incentive, anders ben je algauw je baan kwijt. Voldoening halen uit leren of het uitoefenen van je beroep wordt daarvoor aan de kant geschoven.

Juist kinderen zijn gevoelig voor dit soort methoden. De erkenning en waardering van volwassenen (de juf/meester) is ontzettend belangrijk voor ze. De beloning niet ontvangen, omdat een ander kindje sneller stil was, ‘beter luisterde’ of wat er op dat moment ook als taak was opgegeven, voelt als een straf. Dit soort kinderen zullen daarom allerlei dingen gaan proberen om toch die beloning te ontvangen. Liegen is geen vreemd mechanisme in dit geheel. Zeker bij hooggevoelige kinderen niet. Het niet krijgen van de beloning (lees: erkenning en waardering) voelen ze lichamelijk erg sterk. Het gevoel alsof ze vreselijk tekortschieten. De gedachte ‘als ik nou maar stiller/sneller/beter was..’ komt bij deze kinderen gauw voor. Het liegen om er (op het oog) wel aan te voldoen is een vorm van zelfbescherming.

When a flower doesn’t bloom you fix the environment in which it grows, not the flower.

~ Alexander Den Heijer

Symptoombestrijding

Als we verder gaan met het eerste scenario dat ik schetste, zou je aan het einde van het ‘spel’ kunnen constateren dat het werkt. Waarschijnlijk ook een week of wat daarna nog. De reden? We zijn gewoontedieren. Zodra we ons iets hebben aangeleerd, blijft dit in ons systeem zitten. Nieuwe werknemers zullen het van ons overnemen, zonder daar al teveel vragen bij te stellen.

Zijn de achterliggende behoeften van buiten de pauzes drinken pakken hiermee verdwenen? Zeker niet. En dat is ook precies wat we kunnen zeggen over Taakspel.

Het ‘spel’ wordt ingezet voor ‘beter luisteren’ naar de juf/meester, minder wiebelen op de stoel, stil zijn tijdens de les. Eigenlijk alles dat de les kan onderbreken. Wanneer we die zaken ook door zouden trekken naar ons werk, dan zou er geen volwassene die zich niet zou afvragen wat ze in hemelsnaam bezield om zoiets van ons te vragen. Zodra het om kinderen gaat is het echter een ander verhaal. In plaats van de behoeften van de kinderen in kaart te brengen, waaróm laten ze bepaald gedrag zien, wordt er alleen naar het doel gekeken. En ja, aan het einde van de rit kan het lijken alsof dat doel is behaald. Maar is dat echt iets wat we onze kinderen op jonge leeftijd al aan willen leren? Het doel heiligt de middelen?

Leren hoort leuk te zijn. Is daar echt een wedstrijdelement bij nodig?


Het bericht Taakspel: symptoombestrijding in het onderwijs verscheen eerst op Liefdevol Opgroeien.

]]>
https://liefdevol-opgroeien.nl/gedrag/taakspel-symptoombestrijding-in-het-onderwijs/feed/ 0