4 Tips voor het geven van échte verantwoordelijkheid

Fotografie door ivolodina.

ivolodina

De nieuwste artikelen rechtstreeks in je inbox?

4 Tips voor het geven van échte verantwoordelijkheid

Wij volwassenen vinden het, over het algemeen, maar lastig om de verantwoordelijkheid voor bepaalde dingen écht uit handen te geven. Met als gevolg dat we een schijnverantwoordelijkheid geven en je kinderen op die manier eigenlijk in de val laat lopen. Maar hoe geven we kinderen dan échte verantwoordelijkheid? Ik geef je 4 tips.

Dit artikel verscheen eerder op Montessori Thuis.

Wat doe je wanneer je peuter weigert op te ruimen? … Hoe zorg je ervoor dat je peuter haar jas ophangt? … Hoe kan ik mijn peuter verantwoordelijk laten voelen voor haar jas?

Een kleine greep uit de vragen die ik kreeg naar aanleiding van mijn artikel over (schijn)verantwoordelijkheden. Eigenlijk zijn het “hoe krijg ik mijn kind zover dat ze doet wat ik wil”-vragen: hóe zorg ik ervoor dat mijn kind mijn bevelen opvolgt. Maar dan net iets anders verwoord zodat het vriendelijker klinkt. En daarmee gaan we met z’n allen flink de mist in.

Échte verantwoordelijkheid geven gaat niet om bevelen opvolgen, je geeft er een stukje vrijheid mee. Je legt het besluit over hoe en wat in de handen van een ander, een kind in dit geval. Dat is waarschijnlijk ook waar wij volwassenen zo’n moeite mee hebben: wat nou als het niet zo gebeurd zoals wij willen? Maar dat is wel waar échte verantwoordelijkheid om gaat: je geeft het compleet uit handen en het is aan het kind hoe ze de situatie aanpakt.

Een voorbeeldschets:

Je gaat samen met je partner om tafel om de huishoudelijke taken beter te verdelen. Jij hebt een gruwelijke hekel aan stofzuigen, je partner niet zo en gelukkig is hij/zij ook bereid die taak op zich te nemen. Strijken daarentegen wordt je helemaal zen van, dus dat wil jij graag als taak uitvoeren. De rest van de huishoudelijke taken worden ook verdeeld.

De eerste wasmand met strijkgoed heb je er zo doorheen. Je partner loopt, onderweg naar de keuken, langs je heen en is het totaal niet eens met hoe je de strijkwas hebt afgehandeld.

Het was jóuw verantwoordelijkheid, is het dan aan de ander om je te vertellen hoe je het had moeten doen?

Natuurlijk is bovenstaande schets niet geheel te vergelijken met echte verantwoordelijkheid geven aan een kind. Een volwassene heeft immers al behoorlijk wat jaartjes aan zijn/haar ervaring kunnen werken, een peuter (kleuter, adolescent) niet. Ik noem het daarom alleen voor wat extra inleving in de wereld van het kind. Zij moeten die ervaring nog opbouwen en dat lukt niet goed als ze alleen leren te doen wat een ander zegt.

1. Verwachtingen aanpassen

Als volwassenen zijn we snel geneigd om kritiek te leveren. Niet nadenken, meteen eruit gooien hoe het beter had gekund. Er zullen vast mensen zijn die dit op prijs stellen, bijvoorbeeld omdat ze met teveel uitleg niks kunnen, maar de rest van de mensen (en zeker kinderen) zullen zich gepasseerd voelen. Het gaat totaal voorbij aan de inzet, hun wil om de opdracht goed uit te voeren. We luisteren niet alleen met de intentie om te reageren, zo kijken we ook.

Om van die neiging los te komen en de verantwoordelijkheid echt uit handen te durven geven is het belangrijk om je verwachtingen aan te passen. Maar weinig mensen zullen die zaken precies zo uitvoeren zoals jij het voor ogen had, zeker als het om een peuter of kleuter gaat. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Probeer je gedachten daarom te houden bij het doel, niet de tocht.

2. Duidelijke uitleg

Je kunt een kind niet zomaar naar de boodschappenwinkel sturen met de boodschap “haal jij dit keer de boodschappen maar”, er is een boodschappenlijstje nodig. Zo werkt dat ook met andere zaken: wees specifiek over wat de bedoeling is, maar vergeet niet om ruimte open te laten voor hun eigen inbreng. Duidelijke uitleg is wat anders dan precies vertellen hoe iets uitgevoerd moet worden.

  1. “Aan welk haakje wil jij je jas ophangen?” of “Nu kun je je jas ophangen” -> je verwoordt je verwachting dat de jas opgehangen wordt, zonder te dicteren hoe of waar dat gedaan wordt.
  2. “Als je klaar bent kun je het speelgoed weer in de bak doen”, “om een volgend werkje te pakken / als je met wat anders wilt spelen moet je eerst opruimen waar je mee bezig bent” -> je laat weten dat er opgeruimd moet worden als ze klaar zijn, maar hoe precies én het wanneer is aan het kind zelf.

3. Vertrouw op het kind

Het belangrijkste is om vertrouwen te hebben in het kind. Kinderen worden geboren met een grote drive om te doen waar anderen blij van worden, dat is namelijk waar ze zelf ook blij van worden. Geen “voor wat, hoort wat”, maar eerlijke vreugde omdat ze een ander blij hebben gemaakt. Dát is de ultieme intrinsieke motivatie.

Geef gerelateerde redenen

Als je iets vraagt van het kind, of het nu om het ophangen van hun jas of opruimen van speelgoed gaat, is uitleg erg belangrijk. Niet alleen over hoe dat precies werkt (“we hangen onze jas aan de kapstok”), maar vooral ook het waarom. Door daadwerkelijk gerelateerde redenen aan te dragen zal het gevraagde logischer zijn en krijgen kinderen ook het gevoel dat ze écht iets kunnen betekenen voor zichzelf en hun omgeving. Wat voorbeelden:

  • Onze jas gaat aan de kapstok, omdat we deze dan gemakkelijk weer kunnen vinden en ook niet in het looppad ligt.
  • Wanneer we klaar zijn met spelen ruimen we ons speelgoed op, zo krijgen we weer ruimte om nieuwe dingen te doen. En zo is het ook makkelijk weer te vinden voor een volgende keer.
  • We ruimen ons bord op na het ontbijt zodat de tafel weer leeg is en we met de afwas alles meteen bij de hand hebben.
  • We maken ons bed ‘s ochtends op, zodat we ‘s avonds lekker meteen het bed in kunnen.

Als we hier schijnverantwoordelijkheden van maken (door er straffen/beloningen aan te hangen), dan wordt hetgeen dat gevraagd wordt meteen minder logisch. Dat wat gevraagd wordt gaat dan niet meer om het daadwerkelijke resultaat (de opgehangen jas, het opgeruimde speelgoed etc.), maar om hetgeen dat als beloning wordt beloofd (of de straf die ontweken moet worden). Iets waar Maria Montessori achterkwam tijdens haar observaties begin vorige eeuw.

4. Blijf (waar mogelijk) beschikbaar om te helpen

Soms vinden kinderen het erg moeilijk om dat wat gevraagd wordt helemaal zelf uit te voeren. Als de woonkamer er uitziet alsof er een cycloon binnen is geweest, bijvoorbeeld. Soms is een opdracht simpelweg te overweldigend, ook als ze dit eerder zonder moeite hebben uitgevoerd. Wij zitten immers ook niet altijd hetzelfde in ons vel.

Hou er dus rekening mee dat er gevraagd kan worden of jij wil helpen. Probeer dat niet te zien als ‘afschuiven van het probleem’, maar als een oprechte vraag om hulp. Daarnaast is het een vroege vorm van delegeren. Kunnen delegeren is een kwaliteit waar menig volwassene nog moeite mee heeft, daar op vroege leeftijd al mee kunnen oefenen kan ze in de toekomst enorm helpen.

Word je inderdaad gevraagd om mee te helpen en is het op dat moment ook mogelijk om te helpen? (Helpen met opruimen terwijl je een baby voedt gaat lastig, je kunt dan bijvoorbeeld aangeven dat je kunt helpen als jij klaar bent en het opruimen dan nog niet klaar is.) Vraag dan naar instructies. Laat de regie voor de manier waarop het wordt uitgevoerd bij het kind. Weet het kind niet zo goed hoe de taak te verdelen is? Doe dan een voorstel, maar laat het uiteindelijke besluit bij het kind.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Reacties worden gemodereerd, het kan dus even duren voor jouw reactie echt geplaatst is.
Zou je dat wat je in je reactie wilt plaatsen niet zeggen tegen iemand die je na staat? Dan is het hier ook niet gepast.

*


Children do live in fantasy and reality; they move back and forth, very easily in a way we no longer remember how to do.

Maurice Sendak